Uitspraak Nº 18/00064 en 18/00065. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2020-04-30

Datum uitspraak:30 april 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team belastingrecht

Meervoudige Belastingkamer

Kenmerken: 18/00064 en 18/00065

Uitspraak op het hoger beroep van

de Inspecteur van de Belastingdienst

hierna: de Inspecteur

tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West Brabant te Breda (hierna: de Rechtbank) van 29 december 2017, nummer BRE 16/8476 en 16/8477 in het geding tussen

[belanghebbende] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna: belanghebbende,

en

de Inspecteur van de Belastingdienst,

hierna: de Inspecteur,

betreffende de hierna vermelden heffingsaanslagen.

1 Ontstaan en loop van het geding
1.1.

Aan belanghebbende is onder aanslagnummer [aanslagnummer] F.01.3501 over de periode 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van € 61.544, bij gelijktijdige beschikking een belastingrente van € 2.595 en bij gelijktijdige beschikking een boete van € 3.077. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij uitspraak de naheffingsaanslag en de belastingrentebeschikking gehandhaafd en de boetebeschikking vernietigd.

1.2.

Aan belanghebbende is onder aanslagnummer [aanslagnummer] F.01.3501 over de periode 1 januari 2014 tot en met 31 maart 2014 een naheffingsaanslag in de omzetbelasting opgelegd ten bedrage van € 14.576 en bij gelijktijdige beschikking een boete van € 728. Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij uitspraak de naheffingsaanslag gehandhaafd en de boetebeschikking vernietigd.

1.3.

Belanghebbende is van deze uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van de Rechtbank van belanghebbende een griffierecht geheven van € 334. De Rechtbank heeft de beroepen gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd, de naheffingsaanslag 2013 verminderd tot € 5.086, de beschikking belastingrente dienovereenkomstig verminderd, de naheffingsaanslag 2014 verminderd tot € 1.024, de Inspecteur veroordeeld in de kosten van bezwaar en de proceskosten en de Inspecteur gelast het griffierecht te vergoeden.

1.4.

Tegen deze uitspraken heeft de Inspecteur hoger beroep ingesteld bij het Hof. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

De Inspecteur heeft schriftelijk gerepliceerd. Per abuis is belanghebbende door het Hof niet in de gelegenheid gesteld te dupliceren. De conclusie van repliek is alsnog op 17 januari 2019 aan belanghebbende gezonden om haar in de gelegenheid te stellen daar kennis van te nemen en daarop te reageren.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 25 januari 2019 te ’s-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord, [gemachtigde] , gemachtigde van belanghebbende, tot bijstand vergezeld van [A] en [B] , alsmede, namens de Inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] en [inspecteur 3] .

1.7.

De Inspecteur heeft tijdens de zitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij.

1.8.

Het Hof heeft aan het einde van de zitting het onderzoek geschorst en het vooronderzoek hervat.

1.9.

Bij brieven van 22 februari 2019 respectievelijk 22 maart 2019 hebben belanghebbende respectievelijk de Inspecteur nadere inlichtingen verschaft.

1.10.

Na schriftelijk door partijen verleende toestemming heeft het Hof besloten geen nader onderzoek ter zitting te houden en heeft het Hof bij brief van 9 oktober 2019 partijen bericht dat het onderzoek is gesloten en dat schriftelijk uitspraak zal worden gedaan. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat op 9 oktober 2019 in afschrift aan partijen is verzonden.

2 Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het Hof komen vast te staan:

2.1.

Belanghebbende exploiteert onder meer een callcenter. Belanghebbende heeft op 5 januari 2013 een samenwerkingsovereenkomst ‘verbonden bemiddelaar’ met [verzekeringsmaatschappij] (hierna: [verzekeringsmaatschappij] ) gesloten. Deze samenwerkingsovereenkomst vermeldt onder meer, waarbij belanghebbende is aangeduid als ‘bemiddelaar’:

‘(…).

Overwegingen:

  1. [verzekeringsmaatschappij] is een aanbieder van schadeverzekeringen in de branche Rechtsbijstand en beschikt over een vergunning als schadeverzekeraar als bedoeld inde Wft.

  2. Bemiddelaar maakt haar bedrijf van het verlenen van (tele)salesactiviteiten voor opdrachtgevers.

  3. [verzekeringsmaatschappij] wenst Bemiddelaar daartoe aan te stellen als verbonden bemiddelaar als bedoeld in artikel 2:81 lid 2 Wft en is bereid zich volledig verantwoordelijk te stellen voor Bemiddelaar, onder voorwaarde van de strikte naleving door Bemiddelaar van de bepalingen van deze Overeenkomst en de verplichtingen die voortvloeien uit de Wft.

  4. Bemiddelaar wenst haar aanstelling als verbonden bemiddelaar onder de voorwaarde van deze overeenkomst te accepteren.

(…)

2. Doel van deze Overeenkomst

2.1

Partijen beogen met het aangaan van deze Overeenkomst uitwerking en invulling te geven aan het in artikel 2:81 lid 2 (…) van de Wft gestelde vereiste dat [verzekeringsmaatschappij] volledig verantwoordelijk is voor Bemiddelaar.

2.2

De inhoud van deze Overeenkomst is slechts beperkt tot het bemiddelen ter zake van schadeverzekeringen in de branche in maan- en voor rekening van [verzekeringsmaatschappij] .

3. Verplichtingen Bemiddelaar

Bemiddelaar verplicht zich (…) jegens [verzekeringsmaatschappij] zorgvuldig alle toepasselijke bepalingen van de Wft na te leven, waaronder begrepen de gedragsregels betreffende:

o deskundigheid

o betrouwbaarheid en integriteit

o zorgplicht en transparantie

(…)

3.2

Bemiddelaar zal geen andere rechtsbijstandverzekeringen Aanbieden dan de Rechtsbijstandverzekeringen van [verzekeringsmaatschappij] .

3.3

Bemiddelaar zal geen premies innen van de verzekeringen die door zijn bemiddeling tot stand zijn gebracht. Inning van premie van de door de bemiddeling van Bemiddelaar gesloten verzekeringen vindt plaats door [verzekeringsmaatschappij] .

3.4

Bemiddelaar zal ter zake de door zijn bemiddeling tot stand gekomen rechtsbijstandverzekeringen geen bedragen bestemd voor de cliënt in ontvangst nemen.

3.5

Bemiddelaar is gehouden door [verzekeringsmaatschappij] gegeven aanwijzingen in verband met de uitvoering van deze Overeenkomst op te volgen.

4. Verplichtingen [verzekeringsmaatschappij]

4.1

verplicht zich ervoor zorg te dragen dat Bemiddelaar (…) is aangemeld bij de AFM.

4.2

[verzekeringsmaatschappij] verplicht zich zorg te dragen dat Bemiddelaar (…) is aangemeld bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening.

(…)

4.4

Om haar bij haar bedrijfsvoering in verband met de Wft te ondersteunen, zal [verzekeringsmaatschappij] Bemiddelaar voor zien van:

( i) de nodige computerprogrammatuur, zoals offerte- en berekeningsprogramma’s (…);

(ii) trainings- en cursusmateriaal;

(iii) informatiemateriaal voor klanten; en

(iv) overige informatie die nuttig is voor de werkzaamheden als verbonden bemiddelaar.

(…)

7. Beloning en afstand portefeuillerecht

7.1

Bemiddelaar doet afstand van zijn portefeuillerecht als bedoeld in artikel 4:102 Wft.

(…).

Aan deze samenwerkingsovereenkomst ‘verbonden bemiddelaar’ met [verzekeringsmaatschappij] is een vergelijkbare overeenkomst voorafgegaan gesloten op 24 november 2009.

2.2.

Op 18 maart 2013 is door belanghebbende met [verzekeringsmaatschappij] een overeenkomst gesloten, dat voor zover te dezen van belang, het volgende vermeldt:

‘1. (…) [verzekeringsmaatschappij]

en,

2. [belanghebbende], hierna...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT