Uitspraak Nº 18/1281. College van Beroep voor het bedrijfsleven, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::College van Beroep voor het bedrijfsleven
 
GRATIS UITTREKSEL

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 18/1281

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2020 in de zaak tussen V.O.F. [naam] , te [plaats] , appellante

(gemachtigde: ir. F.C.A. van den Tempel),

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder

(gemachtigde: mr. J.G. Biesheuvel).

Procesverloop

Bij besluit van 16 december 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder op grond van de Regeling Fosfaatreductieplan 2017 (de Regeling) aan appellante heffingen opgelegd van € 26.654,- voor periode 4.

Bij besluit van 7 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante tegen het primaire besluit deels gegrond en deels ongegrond verklaard.

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juni 2020. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde ir. F.C.A. van den Tempel. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. J.G. Biesheuvel.

Overwegingen
  1. De Regeling is op 1 maart 2017 in werking getreden en heeft tot doel de fosfaatproductie te begrenzen. Voor de periodes van de Regeling (lopend van maart tot en met december 2017) legt verweerder een heffing op aan een melkveehouder die meer vrouwelijke runderen houdt dan het referentieaantal op 2 juli 2015 (de peildatum) en kent een bonusgeldsom toe indien een melkveehouder minder vrouwelijke runderen houdt dan het referentieaantal op de peildatum.

  2. Appellante exploiteerde in periode 4 een grondgebonden melkveebedrijf met een neventak rosé-vleeskalveren. In de maand oktober 2017 had zij gemiddeld 179,03 vrouwelijke vleeskalveren. Hiervan waren 176 aangekocht op 31 augustus 2017, twee waren van de eigen melkveetak afkomstig en één vrouwelijk vleeskalf was gekocht van de buurman. Daarnaast is op 31 oktober 2017 nog één vrouwelijk vleeskalf aangekocht.

  3. Verweerder heeft aan appellante over periode 4 een hoge geldsom opgelegd van € 26.654,- omdat het gemiddeld aantal runderen op het bedrijf van appellante (323,02 GVE) hoger is dan het doelstellingsaantal voor die periode (267,95 GVE). Daarbij zijn tevens de hiervoor genoemde vleeskalveren in aanmerking genomen.

  4. Naar aanleiding van het door appellante ingediende bezwaarschrift zijn twee vrouwelijke vleeskalveren uitgezonderd van de Regeling voor het vaststellen van het referentieaantal en zijn twee vrouwelijke vleeskalveren uitgezonderd voor het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT