Uitspraak Nº 18/2761. College van Beroep voor het bedrijfsleven, 2020-04-28

Datum uitspraak:28 april 2020
Uitgevende instantie::College van Beroep voor het bedrijfsleven
 
GRATIS UITTREKSEL

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 18/2761

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 april 2020 in de zaak tussen [naam 1] , te [plaats] , appellant

(gemachtigde: mr. F.M.C. Boesberg),

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Leegsma).

Procesverloop

Bij besluit van 5 januari 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder op grond van artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet (Msw) het fosfaatrecht van appellant vastgesteld.

Bij besluit van 12 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder op het bezwaar van appellant beslist.

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Met toestemming van partijen heeft het College een zitting achterwege gelaten. Het College heeft vervolgens het onderzoek gesloten en bepaald dat er uitspraak zal worden gedaan.

Overwegingen

Relevante bepalingen

1.1

Op grond van artikel 23, derde lid, van de Msw stelt de minister het op een bedrijf rustende fosfaatrecht per 1 januari 2018 vast in overeenstemming met het melkvee dat op 2 juli 2015 op het bedrijf is gehouden en geregistreerd. Ingevolge artikel 23, zesde lid, van de Msw verhoogt de minister het fosfaatrecht als appellant aantoont dat door bouwwerkzaamheden zijn fosfaatrecht minimaal 5% lager uitvalt (de knelgevallenregeling).

1.2

Het recht op eigendom is neergelegd in artikel 1 van het Eerste Protocol tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EP). Het verzekert het recht op ongestoord genot van eigendom, maar tast op geen enkele wijze het recht aan dat een staat heeft om die wetten toe te passen die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang.

Feiten

2. Appellant exploiteert een melkveehouderij. In 2013 maakt hij, mede met het oog op de toetreding van zijn zoons tot het bedrijf, uitbreidingsplannen. Op 10 december 2013 verkreeg hij vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 voor het houden van 73 melkkoeien en 35 stuks jongvee. Eind 2014 kocht appellant de boerderij van zijn buurman, ten aanzien waarvan een milieuvergunning was verleend voor het houden van 130 melkkoeien en 102 stuks jongvee. De sterk verouderde ligboxenstal gebruikte de buurman voor het stallen van zijn jongvee. Het vee maakte...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT