Uitspraak Nº 19/1094. College van Beroep voor het bedrijfsleven, 2020-04-28

Datum uitspraak:28 april 2020
Uitgevende instantie::College van Beroep voor het bedrijfsleven
 
GRATIS UITTREKSEL

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 19/1094

uitspraak van de meervoudige kamer van 28 april 2020 in de zaak tussen [naam 1] GmbH, te [plaats] , appellante

(gemachtigde: mr. M.C.J. Freijters),

en

de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Wullink).

Procesverloop

Bij besluit van 9 januari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aan appellante afgegeven S&O-verklaringen voor 2017 op grond van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (Wva) gecorrigeerd.

Bij besluit van 6 juni 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2020. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar financieel directeur, de heer [naam 2] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij besluiten van 18 mei 2017, 22 juni 2017 en 25 augustus 2017 heeft verweerder aan appellante S&O-verklaringen voor 2017 afgegeven voor de projecten “Telescopische ladder”, “Maxx Wear”, “Comforto” en “Snoerloze BBQ aansteker”. Op 30 maart 2018 heeft appellante aan verweerder mededeling gedaan van het aantal in 2017 gerealiseerde S&O-uren en de gemaakte kosten en uitgaven. Verweerder heeft een deskcontrole verricht en hiervan een rapport opgemaakt dat aan appellante is toegestuurd. Appellante heeft op de inhoud van dit rapport niet gereageerd.

2. Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de eerdere S&O-verklaringen gecorrigeerd dienen te worden. De reden daarvoor is dat bepaalde bouwkosten en malkosten ten behoeve van het eerste prototype door leverancier Acton van de projecten “Snoerloze BBQ aansteker” en “Comforto/Maxxbrush” nog niet waren betaald op het moment dat appellante mededeling deed van de S&O kosten voor het jaar 2017. Appellante dient een zodanige administratie bij te houden dat daaruit op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden op welke datum de kosten zijn betaald. Voorts is een aantal kosten reeds in 2016 betaald en dienen deze om die reden gecorrigeerd te worden.

3. In beroep heeft appellante aangevoerd dat zij heeft mogen vertrouwen op de juistheid en compleetheid van de door verweerder gepubliceerde Handleiding WBSO 2017 over het gebruik van de WBSO regeling. In die informatie komt niet duidelijk naar voren dat de kosten al betaald moeten zijn ten tijde van het doen van de mededeling...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT