Uitspraak Nº 19/150 AW. Centrale Raad van Beroep, 2020-02-28

Datum uitspraak:28 februari 2020
 
GRATIS UITTREKSEL
19 150 AW

Datum uitspraak: 28 februari 2020

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 28 november 2018, 18/1720 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Almere (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. K.A.M. Korssen-van der Ruijt hoger beroep ingesteld.

Namens het college heeft mr. M.J. Hofste, advocaat, een verweerschrift ingediend.

Appellante heeft nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2020. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Korssen-van der Ruijt. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Hofste en R. Schilderinck.

OVERWEGINGEN
1.1.

Appellante is met ingang van 1 september 2016 in tijdelijke dienst aangesteld bij wijze van proef voor de duur van een jaar in de functie van [functie] bij de [dienst], [afdeling]. Bij gebleken geschiktheid zou na dit jaar een aanstelling in vaste dienst volgen.

1.2.

Op 30 maart 2017 zijn tijdens een persoonlijk werkcontract-gesprek (PWC-gesprek) werkafspraken gemaakt tussen appellante en haar toenmalig leidinggevende ([X.]). Tijdens een functioneringsgesprek op 8 mei 2017 is een aantal ontwikkelpunten vastgesteld.

1.3.

Vervolgens is er met het oog op het einde van de proeftijd over de periode

1 september 2016 tot 1 september 2017 door [X.] een beoordeling opgemaakt, waarbij het functioneren van appellante als onvoldoende is aangemerkt. Als toelichting op de totaalscore is opgemerkt: “Het komen tot uitvoering van beleid en concrete advisering is op dit moment onvoldoende om over te gaan tot een vaste aanstelling.” Deze beoordeling is niet formeel vastgesteld, maar appellante heeft hiervan kennis kunnen nemen en erop gereageerd.

1.4.

Bij besluit van 16 augustus 2017, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 25 maart 2018 (bestreden besluit), heeft het college de tijdelijke aanstelling van appellante met zes maanden verlengd tot 1 maart 2018. Hieraan is ten grondslag gelegd dat er gelet op het PWC-gesprek van 30 maart 2017, het functioneringsgesprek van 8 mei 2017 en de beoordeling twijfel bestaat of appellante kan voldoen aan alle in redelijkheid te stellen eisen en verwachtingen voor de vervulling van deze functie.

2. Bij de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT