Uitspraak Nº 19/4417 AOW. Centrale Raad van Beroep, 2020-07-31

Datum uitspraak:31 juli 2020
 
GRATIS UITTREKSEL

Datum uitspraak: 31 juli 2020

19/4417 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 september 2019, 18/6380 AOW-V

Partijen:

[verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Verzoeker heeft bij brief van 11 oktober 2019 verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 20 september 2019.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek om herziening is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 19 juni 2020. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 20 september 2019 heeft de Raad het verzet van verzoeker tegen de uitspraak van de Raad van 28 maart 2019 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van de Raad van 28 maart 2019 heeft de Raad het door verzoeker ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juni 2018, 17/7095 niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest.

Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de bestuursrechter een onherroepelijk geworden uitspraak op verzoek van een partij herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

Verzoeker heeft naar voren gebracht dat hij het hogerberoepschrift door ziekte niet tijdig heeft ingediend en gevraagd zijn zaak opnieuw te bekijken.

Het is vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van 26 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1615) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Verzoeker heeft geen feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb naar voren gebracht. Het verzoek om herziening moet dan ook worden afgewezen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT