Uitspraak Nº 200.178.618_01. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2017-07-25

Court:Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Nederland)
Docket Number:200.178.618_01
ECLI:ECLI:NL:GHSHE:2017:3404
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.178.618/01

arrest van 25 juli 2017

in de zaak van

1 [appellant] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [appellante] ,
wonende te [woonplaats] ,

appellanten,

hierna aan te duiden als [appellanten] ,

advocaat: mr. J.J.F. van de Voort te Utrecht,

tegen

1 [Bank] U.A.,
na fusie rechtsopvolgster onder algemene titel van [Bank] [U.A.] U.A.,
kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

2. [Hypotheekbank] N.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerden,

hierna in enkelvoud aan te duiden als [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. F.J. Laagland te Eindhoven,

op het bij exploot van dagvaarding van 12 oktober 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 29 juli 2015, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, gewezen tussen [appellanten] als eisers en [geïntimeerde] als gedaagden.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/288709/HA ZA 14-740)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis, het daaraan voorafgegane tussenvonnis van 3 december 2014 en het vonnis in incident van 4 maart 2015.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven met producties en eiswijziging;

  • -

    de memorie van antwoord tevens houdende antwoordakte wijziging eis met producties;

  • -

    de akte naamswijziging van [geïntimeerde] van 9 februari 2016;

  • -

    het schriftelijk pleidooi, waartoe partijen op 5 april 2016 pleitnotities hebben overgelegd.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling
3.1.

In r.o. 3.1. van het bestreden vonnis heeft de rechtbank vastgesteld van welke feiten in dit geschil wordt uitgegaan. Die feiten zijn op een enkel detail bestreden. Het hof zal hierna een nieuwe opsomming geven van de onbetwiste feiten die in hoger beroep het uitgangspunt vormen.

a. a) Tussen partijen zijn tussen 2000 en 2010 een vijftal financieringsovereenkomsten gesloten:

- een overeenkomst met nummer [nummer 1] gebaseerd op een financieringsvoorstel van 12 mei 2000 ad fl. 750.000,-- ter (aflossing van de hypotheekfinanciering van de privéwoning van [appellanten] bij [bank 2] en) financiering van de privéwoning. Als zekerheid is een hypotheek gevestigd van fl. 1.000.000,-- op het woonhuis van [appellanten] aan de [adres 1] te [plaats] . Hierbij zijn onder meer de Algemene Bankvoorwaarden van toepassing verklaard. De hoogte van deze lening is op 24 mei 2000 uitgebreid naar een bedrag van fl. 775.000,--. Hiervoor hebben [appellanten] op voormelde datum een schuldbekentenis getekend waarin de Algemene voorwaarden voor particuliere geldleningen van de [Bankorganisatie] 1999 en de Algemene Bankvoorwaarden van toepassing zijn verklaard. In de hypotheekakte d.d. 24 mei 2000 staat voor zover hier van belang het navolgende:

“(…)

Hypotheekverlening

De comparanten onder A genoemd ( [appellanten] , toevoeging hof) verklaarden, ter uitvoering van voormelde overeenkomst aan de bank hypotheek te verlenen tot het hierna te noemen bedrag op het hierna te noemen onderpand, tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen de bank blijkens haar administratie van hen, comparanten onder A genoemd, zowel van hen tezamen als van ieder van hen afzonderlijk, voor zover in deze akte niet anders aangeduid, hierna te noemen: debiteur, te vorderen heeft of mocht hebben, uit hoofde van verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen, verleende en/of alsnog te verlenen kredieten in rekening-courant, tegenwoordige en/of toekomstige borgstellingen, dan wel uit welke anderen hoofde ook.

(…)

a. a) dat de hypotheekgever door de bank is gewezen op – en bekend is met de risico’s verbonden aan onderhavige hypotheekverlening;

b) dat de hypotheekgever zich realiseert dat niet-nakoming door de debiteur van zijn verplichtingen jegens de bank tot gevolg kan hebben dat de bank gebruik maakt van haar rechten uit deze hypotheek.(…)”

Op 26 mei 2003 zijn de geldleningsvoorwaarden gewijzigd in verband met omzetting van het rentetype. In de betreffende aanvraag zijn de Algemene voorwaarden voor particuliere geldleningen van [Bankorganisatie] 2003 van toepassing verklaard;

- een overeenkomst met nummer [nummer 2] , ter financiering van de bouw van een kantoorpand aan de [adres 2] te [plaats] (hierna: het bedrijfspand). Het financieringsvoorstel ad fl. 5.000.000,- dateert van 4 september 2000 en is gewijzigd op 8 september 2000. Hiervoor hebben [appellanten] op 9 augustus 2001 een schuldbekentenis getekend. Hierin staat onder meer dat op de geldlening van toepassing zijn de Algemene voorwaarden voor zakelijke geldleningen van de [Bankorganisatie] 2000 en de Algemene Bankvoorwaarden, geldend in het verkeer tussen de [Bank B.A.] B.A., gevestigd te [vestigingsplaats] , c.q. de bij haar aangesloten banken, en haar cliënten (hierna: de Algemene Bankvoorwaarden). In de bij behorende hypotheekakte d.d. 9 augustus 2001 staat voor zover hier van belang het navolgende:

“(…)

Hypotheekverlening

De comparant onder A. genoemd ( [schriftelijk gevolmachtigde van appellanten] handelend als schriftelijk gevolmachtigde van [appellanten] , toevoeging hof), handelend als gemeld, verklaarde, ter uitvoering van voormelde overeenkomst, aan de bank hypotheek te verlenen tot het hierna te noemen bedrag op het hierna te noemen onderpand, tot zekerheid voor de betaling van al hetgeen de bank blijkens haar administratie van de volmachtgevers onder A.a en A.b genoemd, zowel van hen tezamen als van ieder van hen afzonderlijk, voor zover in deze akte niet anders aangeduid, hierna te noemen: debiteur, te vorderen heeft of mocht hebben, uit hoofde van verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen, verleende en/of alsnog te verlenen kredieten in rekening-courant, tegenwoordige en/of toekomstige borgstellingen, dan wel uit welke anderen hoofde ook.

(…)

a. a) dat de hypotheekgever door de bank is gewezen op – en bekend is met de risico’s, verbonden aan de onderhavige hypotheekverlening;

b) dat de hypotheekgever zich realiseert dat nietnakoming door de debiteur van zijn verplichtingen jegens de bank tot gevolg kan hebben dat de bank gebruik maakt van haar rechten uit deze hypotheek.(…)”;

- een overeenkomst met nummer [nummer 3] betreffende een privékrediet ter hoogte van € 50.000,--. Het financieringsvoorstel dateert van 24 januari 2005;

- een overeenkomst met nummer [nummer 4] gebaseerd op een financieringsvoorstel d.d. 2 september 2010 voor een geldlening ten bedrage van € 225.000,-- ter financiering van de verbouwing van het bedrijfspand;

- een krediet van € 11.344,- op betaalrekening [rekeningnummer] .

b) Op 13 mei 2004 zijn voormelde de leningen met nummers [nummer 1] en [nummer x] en het krediet op betaalrekening [rekeningnummer] in verband met de verkoop van het bedrijfspand van [appellanten] aan de [adres 3] te [plaats] geherstructureerd. In de overeenkomst van deze datum staat, voor zover hier van belang, het navolgende:

“(…)

Na verkoop van het pand [adres 3] te [plaats] bedraagt de totale financiering bij onze bank nog EUR 2.221.925,26 bestaande uit:
Geldlening van EUR 351.679,67 leningnummer: [nummer 1]

Geldlening van EUR 1.858.901,08 leningnummer: [nummer 2]

Krediet van EUR 11.344,51 rekeningnummer: [rekeningnummer]

(…)

Zekerheden

Beëindiging huurovereenkomst afgegeven door [Groep B.V.] Groep B.V.

Verpanding van effecten in vastgoedfondsen/certificaten alsmede van overige beleggingen (tot meerdere zekerheid)

Overige (bestaande) zekerheden strekken ook tot zekerheid voor de aangeboden financiering, te weten:

Bankhypotheek groot EUR 453.781, op onroerend goed gelegen [adres 1] te [plaats] .

Bankhypotheek groot EUR 2.268.902,--, op onroerend goed gelegen aan de [adres 2] te [plaats] .

Verpanding van huurpenningen van kantoorpand [adres 2] te [plaats] .

Nadere afspraken

(…)

Op geldlening(en) respectievelijk rekening(en)-courant zijn – voor zover niet anders is overeengekomen – van toepassing:

- de Algemene voorwaarden voor particuliere geldleningen van de [Bankorganisatie] 2003;

- de Algemene voorwaarden voor zakelijke geldleningen van de [Bankorganisatie] 2001;

Op de relatie met de bank zijn van toepassing:

- de Algemene Bankvoorwaarden

U verklaart deze voorwaarden te hebben ontvangen en daarvan kennis te hebben genomen(…)”

c) In de Algemene voorwaarden voor particuliere geldleningen van de [Bankorganisatie] 2003, staan voor zover hier van belang, de volgende bepalingen:

“14. Opzegging geldlening

De bank is bevoegd de geldlening op te zeggen met een opzegtermijn van ten minste drie maanden, indien naar het oordeel van de bank voortzetting van de relatie met u in redelijkheid niet van haar kan worden gevergd. Als de bank de geldlening op basis van deze bepaling opeist, dan kan zij aan u een vergoeding in rekening brengen die gelijk is aan de vergoeding die geldt bij vervroegde aflossing van de geldlening. U bent verplicht de geldlening en daarover verschuldigde rente, kosten en vergoeding terstond na afloop van die termijn integraal te voldoen aan de bank.

15 Onmiddellijke opeisbaarheid

In elk van de hierna vermelde gevallen kan de bank het door u verschuldigde onmiddellijk opeisen. Daarbij is geen opzegging, ingebrekestelling of andere formaliteit nodig. Deze gevallen zijn:

a. u of de zekerheidgever handelt in strijd met of schiet tekort in de nakoming van:

- een bepaling van de akte of een akte waarbij zekerheid is gesteld voor uw verplichtingen tegenover de bank;

- een bepaling in algemene voorwaarden die van toepassing zijn;

b. u handelt in strijd met of schiet tekort in de nakoming van een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT