Uitspraak Nº 200.262.217. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2020-04-30

Datum uitspraak:30 april 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummers gerechtshof 200.262.217, 200.262.218 en 200.261.328

(zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 466963 en 471640)

beschikking van 30 april 2020

inzake

[de man] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. J. el Hannouche te Utrecht,

en

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. N.C. Spermon-Ploegmakers te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 28 maart 2019, uitgesproken onder voormelde zaaknummers, verder: de bestreden beschikking.

2 Het geding in hoger beroep
2.1

Beide partijen zijn in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Het hoger beroep van de man betreft de zaak met de nummers 200.262.217 (partneralimentatie) en 200.262.218 (verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap). Het hoger beroep van de vrouw betreft de zaak met nummer 200.261.328; in die zaak heeft de man ook incidenteel hoger beroep ingesteld, dat gelijk is aan zijn eigen hoger beroep in de zaak met de nummers 200.262.217 en 200.262.218.

2.2

Het verloop van de procedure blijkt uit:

in het verzoek in hoger beroep met de zaaknummers 200.262.217 en 200.262.218:

- het beroepschrift van de man met producties, ingekomen op 28 juni 2019;

- een journaalbericht van mr. El Hannouche van 19 augustus 2019 met een productie;

- een journaalbericht van mr. Spermon-Ploegmakers van 29 augustus 2019 met producties;

- het verweerschrift van de vrouw met producties;

- een journaalbericht van mr. Spermon-Ploegmakers van 20 februari 2020 met producties

8 en 9;

in het verzoek in hoger beroep met zaaknummer 200.261.328:

- het beroepschrift van de vrouw met producties, ingekomen op 25 juni 2019;

- het verweerschrift van de man tevens houdende incidenteel hoger beroep, met producties;

- een journaalbericht van mr. El Hannouche van 21 februari 2020 met als bijlage productie
A;

in beide verzoeken in hoger beroep

- een journaalbericht van mr. El Hannouche van 24 februari 2020 met producties A tot en
met F.

2.3

De mondelinge behandeling heeft op 3 maart 2020 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten.

3 De feiten

Partijen zijn op 13 november 2017 gehuwd in de wettelijke gemeenschap van goederen. Het huwelijk van partijen is op 16 juli 2019 ontbonden door echtscheiding.

4 De omvang van het geschil

de beslissing van de rechtbank

4.1

Bij de bestreden beschikking is de echtscheiding uitgesproken en, voor zover thans van belang, bepaald dat:

- de man aan de vrouw als bijdrage in haar levensonderhoud (hierna: partneralimentatie) met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand € 600,- (bruto) per maand zal verstrekken;

- de auto van het merk Mercedes-AMG, type C63 S, met [kenteken] (hierna: de auto) aan de man wordt toegedeeld, onder verrekening van de helft van de door de hierna genoemde taxateur vastgestelde waarde. De advocaten zullen zo spoedig mogelijk een taxateur uitkiezen die de waarde van de auto bindend zal taxeren. De man dient binnen één week na deze beschikking mee te werken aan de taxatie van de auto door de auto naar de gekozen taxateur toe te brengen en de taxateur te voorzien van de door de taxateur nodig geachte gegevens en stukken. Doet de man dit niet tijdig, dan moet hij € 35.000,- betalen aan de vrouw wegens overbedeling.

in het verzoek met de zaaknummers 200.262.217 en 200.262.218:

4.2

De man bestrijdt in dit hoger beroep deze twee beslissingen. Hij wil dat het hof bepaalt dat hij aan de vrouw geen bijdrage in haar levensonderhoud hoeft te betalen en dat de waarde van de auto wordt vastgesteld op € 32.480. Verder wil hij dat het hof bepaalt dat de vrouw voor de helft draagplichtig is voor schulden van de man aan [A] (€ 15.400) en aan de vader van de man (€ 45.000) en voor kosten van de auto. De vrouw is het daarmee niet eens en voert verweer.

In het verzoek met zaaknummer 200.261.328:

4.3

De vrouw bestrijdt in dit hoger beroep de beslissing van de rechtbank over de auto . Zij wil dat het hof bepaalt dat aan de man de auto wordt toegedeeld en dat hij aan haar € 24.869 moet betalen (vergoeding van de overwaarde wegens overbedeling). Zij wil verder dat het hof bepaalt dat de spaarrekening van de man aan hem wordt toegedeeld en dat hij aan haar € 25.000 moet betalen (vergoeding van de overwaarde wegens overbedeling). De man is het daarmee niet eens en voert verweer.

5 De motivering van de beslissing

in alle zaken:

partneralimentatie

Grondslag partneralimentatie

5.1

De man stelt in grief 1 dat er geen grondslag is voor het betalen van partner-

alimentatie, omdat er geen lotsverbondenheid is. Partijen zijn slechts anderhalf jaar getrouwd geweest en hebben geen kinderen. De situatie van de vrouw voor het huwelijk is precies dezelfde als na het huwelijk, aldus de man. De vrouw betwist dat.

5.2

Het hof is van oordeel dat de stellingen van de man niet gevolgd kunnen worden. De man miskent dat door het aangaan van een huwelijk lotsverbondenheid ontstaat op grond van artikel 1:81 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW); hij miskent ook dat die - door het

huwelijk in het leven geroepen - lotsverbondenheid geldt als een grondslag voor het ontstaan van de alimentatieverplichting, ook al duurt die lotsverbondenheid na het huwelijk niet voort, omdat artikel 1:81 BW dan niet meer geldt. Daarvoor in de plaats komt dan artikel 1:157 BW. Grief 1 van de man faalt in zoverre.

5.3

De rechter kan buiten het in de wet geregelde geval van artikel 1:160 BW een lopende alimentatieverplichting slechts doen eindigen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT