Uitspraak Nº 200.275.500/02. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummers gerechtshof 200.275.500/01 (hoofdzaak) en 200.275.500/02 (schorsing)

(zaaknummer rechtbank Gelderland 354369)

beschikking van 28 juli 2020

inzake

[verzoeker] ,

wonende te [A] ,

verzoeker,

verder te noemen: de man,

advocaat: mr. M.M.P. Gerrits te Wijchen,

en

[verweerster] ,

wonende te [B] ,

verweerster,

verder te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. R. van Venetiën te Alphen aan den Rijn.

1 De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 14 januari 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Verder ook te noemen: de bestreden beschikking.

2 De procedure in hoger beroep in de hoofdzaak en het verzoek tot schorsing
2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het beroepschrift, tevens houdende verzoek tot schorsing, met producties, ingekomen op 12 maart 2020;

  • -

    het verweerschrift tegen het incidenteel verzoek tevens houdende incidenteel verzoek, ingekomen op 3 april 2020;

  • -

    het journaalbericht van mr. Gerrits van 16 april 2020 met een brief van mr. Gerrits van diezelfde datum;

  • -

    het verweerschrift, ingekomen op 23 april 2020;

  • -

    een journaalbericht van mr. Van Venetiën van 23 april 2020 met een productie;

  • -

    een journaalbericht van mr. Gerrits van 24 april 2020;

  • -

    een journaalbericht van mr. Gerrits van 28 april 2020;

  • -

    een journaalbericht van mr. Van Venetién van 28 april 2020;

  • -

    een journaalbericht van 27 mei 2020 van mr. Gerrits met als bijlage de spreekaantekeningen namens de man en producties 1 tot en met 4;

  • -

    een journaalbericht van 29 mei 2020 van mr. Van Venetiën met als bijlage de spreekaantekeningen namens de vrouw waarin ook gereageerd wordt op de spreekaantekeningen van de man en één productie, en

  • -

    een journaalbericht van mr. Gerrits van 29 mei 2020 met als bijlage een reactie namens de man op de spreekaantekeningen van de vrouw.

2.2

In verband met (het beleid met betrekking tot) het corona-virus heeft het hof de belanghebbenden via een brief van de griffier van 23 april 2020 de mogelijkheid geboden om te kiezen voor een schriftelijke afdoening van zowel de schorsingszaak als de bodemzaak. Beide partijen hebben het hof bericht dat zij van deze mogelijkheid gebruik wensen te maken. Het hof heeft vervolgens partijen de gelegenheid gegeven tot 29 mei 2020 stukken en/of spreekaantekeningen in het geding te brengen. Beide partijen hebben ook van deze mogelijkheid gebruik gemaakt.

2.3

De man heeft in voormeld journaalbericht van 29 mei 2020 het hof verzocht de spreekaantekeningen van de vrouw buiten beschouwing te laten, omdat deze niet op tijd aan de man zijn verstrekt. De man heeft bij dit journaalbericht een schriftelijke reactie overgelegd op de spreekaantekeningen van de vrouw. Het hof zal de spreekaantekeningen namens de vrouw wel in aanmerking nemen. De reactie van de man op de spreekaantekeningen van de vrouw wordt uitsluitend in de beoordeling betrokken voor zover deze betrekking heeft op de door de vrouw bij die spreekaantekeningen overgelegde nieuwe productie (loonspecificatie week 20 van de vrouw). De reactie van de man is voor het overige in strijd met de zogeheten twee-conclusieregel.

3 De feiten

Partijen zijn [in] 2018 te [A] met elkaar gehuwd in beperkte gemeenschap van goederen. In de bestreden beschikking is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Het huwelijk is ontbonden door inschrijving van de echtscheiding op 10 april 2020 in de registers van de burgerlijke stand.

4 Het geschil
4.1

In de bestreden beschikking is, voor zover hiervan belang, de uitkering in de kosten van levensonderhoud van de vrouw (hierna ook: partneralimentatie) met ingang van de dag waarop de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand bepaald op € 434,- bruto per maand.

4.2

De man is met vier grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De grieven zien op de behoefte en de behoeftigheid van de vrouw, de draagkracht van de man en de vastgestelde bijdrage.

De man verzoekt het hof de bestreden beschikking wat betreft de uitvoerbaarverklaring bij voorraad te schorsen en met betrekking tot de partneralimentatie te vernietigen en uitvoerbaar bij voorraad:

  1. te bepalen dat de echtscheiding tussen partijen zal worden uitgesproken;

  2. het verzoek van de vrouw tot het vaststellen van partneralimentatie geheel af te wijzen;

  3. te bepalen dat iedere partij zijn/haar eigen proceskosten dient te dragen, en

  4. het meer of anders verzochte af te wijzen.

4.3

De vrouw voert verweer tegen het verzoek tot schorsing van de man en verzoekt het hof in de schorsingsprocedure, uitvoerbaar bij voorraad, afzonderlijk en voorafgaand aan de beslissing in de hoofdzaak:

I. de man niet-ontvankelijk te verklaren in het verzoek tot schorsing, althans dat verzoek af te wijzen, en

II. alsnog de bestreden beschikking, in ieder geval met betrekking tot de vastgestelde partneralimentatie, uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.4

De man heeft op dit verzoek van de vrouw in de schorsingsprocedure gereageerd bij voormelde brief van 16 april 2020 en zijn verzoek gewijzigd, in die zin dat hij uitsluitend indien het hof de partneralimentatie in de bestreden beschikking alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaart, zijn verzoek tot het opschorten van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad als opgeworpen dient te worden beschouwd.

4.5

De vrouw voert eveneens verweer in de hoofdzaak. Zij verzoekt het hof, uitvoerbaar bij voorraad, de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep, althans dat beroep af te wijzen.

5 De overwegingen voor de beslissing

de schorsingsprocedure (200.275.500/02)

5.1

Nu het hof heden uitspraak zal doen in de hoofdzaak hebben partijen geen belang meer bij een beoordeling van hun verzoeken over de schorsing van de werking van de bestreden beschikking. De vraag of partijen in hun verzoeken al dan niet ontvankelijk kunnen worden verklaard, omdat de rechtbank de bestreden beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard behoeft geen nadere bespreking.

Het hof zal beide partijen wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk verklaren in de verzoeken die zij hebben gedaan in het kader van de schorsingsprocedure.

de hoofzaak (200.275.500/01)

echtscheiding

5.2

Het hof zal het verzoek van de man aan het hof om de echtscheiding uit te spreken afwijzen. Nu partijen geen hoger beroep hebben ingesteld tegen de bestreden beschikking op dit punt en partijen de echtscheiding inmiddels ook al hebben ingeschreven in de register van de burgerlijke stand, heeft de man geen belang bij dit verzoek.

samenwonen als waren zij gehuwd

5.3

De man stelt in zijn tweede grief onder meer dat de vrouw met...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT