Uitspraak Nº 200.276.268_01. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2020-07-23

Datum uitspraak:23 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak : 23 juli 2020

Zaaknummer : 200.276.268/01

Zaaknummer 1e aanleg : C/02/365265 / JE RK 19-2098

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. A.L. Witteveen,

tegen

Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zuidwest Nederland, locatie [locatie] ,

verweerder,

hierna te noemen: de raad.

Deze zaak gaat over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] .

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

- [de vader] , hierna te noemen: de vader;

- Stichting Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te [vestigingsplaats] , tevens kantoorhoudende te [kantoorplaats] , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI).

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 13 januari 2020.

2 Het geding in hoger beroep
2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 24 maart 2020, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en primair het verzoek van de raad af te wijzen dan wel aan te houden, subsidiair het verzoek van de raad in duur te bekorten.

2.2.

Bij verweerschrift met productie, ingekomen ter griffie op 27 mei 2020, heeft de GI verzocht het hoger beroep van de moeder af te wijzen en de beschikking van de rechtbank in stand te laten.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door mr. Witteveen;

- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;

- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] ;

- de vader.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de brief met bijlage van de advocaat van de moeder van 9 juni 2020.

3 De beoordeling
3.1.

Uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk van de moeder en de vader is op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] [minderjarige] (hierna te noemen: [minderjarige] ) geboren.

De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uit.

[minderjarige] woont bij de moeder.

3.2.

Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 13 januari 2020 tot 13 januari 2021.

3.3.

Bij de rechtbank loopt een procedure tussen de ouders over gezag (zaaknummer C/02/354172 / FA RK 19-339) en omgang (zaaknummer C/02/357897 / FA RK 19-2142). Het is het hof ambtshalve bekend dat de rechtbank in die procedure het verzoek van de moeder om eenhoofdig gezag over [minderjarige] heeft afgewezen en de verzoeken van de vader tot (het opstarten van begeleid) contact met [minderjarige] heeft aangehouden tot 24 november 2020 pro forma in afwachting van het verloop en de resultaten van de hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] .

3.4.

De moeder kan zich met de onder 3.2 vermelde beschikking waarbij [minderjarige] onder toezicht is gesteld, niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.

Standpunten

3.5.

De moeder voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling - samengevat - het volgende aan.

Aan de wettelijke gronden voor een ondertoezichtstelling wordt niet voldaan. Er is geen sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige] .

Op de eerste plaats wordt de sociaal-emotionele...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT