Uitspraak Nº 201602827/1/A1 en 201602828/1/A1. Raad van State, 2017-04-26

Datum uitspraak:26 april 2017
Uitgevende instantie::Raad van State
 
GRATIS UITTREKSEL

201602827/1/A1 en 201602828/1/A1.

Datum uitspraak: 26 april 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], erfgenaam van wijlen [persoon], wonend te [woonplaats], gemeente Stede Broec,

tegen de uitspraken van de rechtbank Noord-Holland van 10 maart 2016 in zaken nr. 15/4563 en 15/854 in het geding tussen:

wijlen [persoon], laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Medemblik.

Procesverloop

Bij besluiten van 19 september 2014 en 26 maart 2015 heeft het college besloten tot invordering van volgens hem door wijlen [persoon] verbeurde dwangsommen ten bedrage van onderscheidenlijk € 5.000,00 en € 10.000,00.

Bij besluiten van 13 januari 2015 en 10 september 2015 heeft het college de door wijlen [persoon] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraken van 10 maart 2016 heeft de rechtbank de door wijlen [persoon] daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraken zijn aangehecht.

Tegen deze uitspraken heeft wijlen [persoon] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft schriftelijke uiteenzettingen gegeven.

De Afdeling heeft de zaken gevoegd ter zitting behandeld op 27 maart 2017, waar [appellante] , bijgestaan door [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door F.P.M. Brieffies, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij besluiten van 18 december 2013 en 17 november 2014 heeft het college wijlen [persoon] lasten onder dwangsom opgelegd voor het gebruiken van recreatiewoning […] op het recreatiepark "Het Grootslag" in strijd met de in de "Beheersverordening Het Grootslag Proefpolder Andijk" opgenomen bestemming "Verblijfsrecreatieve doeleinden". Het college heeft hem gelast het niet-recreatieve gebruik van recreatiewoning […] uiterlijk 1 januari 2014 onderscheidenlijk 1 december 2014 te beëindigen en beëindigd te houden onder verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 ineens onderscheidenlijk € 10.000,00 ineens. De tegen die besluiten ingediende bezwaarschriften zijn bij besluiten op bezwaar van 29 september 2014 en 2 maart 2015 niet-ontvankelijk onderscheidenlijk ongegrond verklaard. De lasten onder dwangsom zijn onherroepelijk.

Bij besluiten van 19 september 2014 en 26 maart 2015, die bij besluiten op bezwaar van 13 januari 2015 en 10 september 2015 in stand zijn gelaten, heeft het college besloten tot invordering van de dwangsommen. Dit naar aanleiding van controlebezoeken door...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT