Uitspraak Nº 21-000144-20. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2020-07-29

Datum uitspraak:29 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-000144-20

Uitspraak d.d.: 29 juli 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Noord-Nederland van 10 januari 2020 met parketnummer 18-147776-19 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde en veroordeling van verdachte tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen jeugddetentie, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De advocaat-generaal heeft voorts de gehele toewijzing gevorderd van de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 1] en [benadeelde 4] , vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. M.J. Flach, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De kinderrechter heeft bij vonnis van 10 januari 2020 verdachte ter zake van het medeplegen van eenvoudig witwassen veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen jeugddetentie, waarvan 30 uren subsidiair 15 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. De kinderrechter heeft de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] geheel toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De kinderrechter heeft de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 4] niet‑ontvankelijk verklaard.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van (13) juni 2018 tot en met (8) juli 2018, te of in (de provincie) [provincie] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (meermalen) een voorwerp, te weten (telkens) (een) (giraal) geld(bedrag), heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van een voorwerp, te weten (telkens) (een) (giraal) geld(bedrag), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf (m.b.t. aangevers [benadeelde 3] , [benadeelde 2] , [benadeelde 1] en [benadeelde 4] ).

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van opzet- dan wel schuldwitwassen met betrekking tot (girale) geldbedragen. Uit het strafdossier komt de verdenking naar voren dat verdachte doordat hij de beschikking had over de bankrekeningen van twee geldezels (medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) en daarmee geldbedragen voorhanden heeft gehad die door oplichting via Marktplaats zijn verkregen. Naar aanleiding van Marktplaats advertenties gericht op de verkoop van elektronica hebben diverse kopers geld overgemaakt naar de bankrekeningen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Vervolgens werden de op Marktplaats te koop aangeboden goederen niet geleverd en werd er niet meer gereageerd.

Verdachte heeft ontkend dat hij iets met het tenlastegelegde te maken heeft. Hij heeft verklaard dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hem erbij zouden hebben gelapt.

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak van verdachte bepleit. Het dossier bevat onvoldoende bewijs voor een bewezenverklaring. Ten aanzien van het incident met [medeverdachte 2] is [medeverdachte 2] de enige bron voor bewijs van de betrokkenheid van verdachte. De verklaring van [medeverdachte 1] vindt geen steun in het dossier en komt niet overeen met bijvoorbeeld de verklaringen van zijn moeder en buurvrouw, aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt hierover als volgt.

Uit de aangiften van [benadeelde 2] , [benadeelde 3] , [benadeelde 1] en [benadeelde 4] volgt dat zij in de periode van 13 juni 2018 tot en met 8 juli 2018 aankopen via Marktplaats hebben gedaan, en voor die aankopen de overeengekomen prijs naar de bankrekening op naam van [medeverdachte 1] of [medeverdachte 2] hebben overgemaakt. Aangevers hebben de aangekochte producten vervolgens nooit geleverd gekregen.

Medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben verklaard dat verdachte om hun bankpassen vroeg. Ze zouden een percentage van de geldbedragen die op hun bankrekeningen gestort zou worden ontvangen van verdachte. Wanneer er geldbedragen op hun bankrekening werden gestort, moesten ze het geld contant opnemen en aan verdachte geven of bij verdachte door de brievenbus gooien.

Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij verdachte in de nacht van 14 op 15 juni 2018 heeft gezien. Verdachte wilde dat [medeverdachte 1] contant geld voor hem ging pinnen. [medeverdachte 1] wilde niet al het gepinde geld afgeven aan verdachte. Hierop werd [medeverdachte 1] meermalen gebeld en werd hem dreigend medegedeeld dat hij het geld aan verdachte moest afgeven. Hierop heeft [medeverdachte 1] aangegeven dit niet te zullen doen. Op 15 juni 2018 omstreeks 01:55 uur kwam verdachte met twee andere jongens bij de woning van [medeverdachte 1] aan de deur en maakten daar stampij. Verdachte probeerde [medeverdachte 1] over te halen het geld alsnog te geven en vervolgens werd [medeverdachte 1] geslagen door één van de jongens.

De verklaring van [medeverdachte 1] wordt ondersteund door de verklaring van zijn moeder, [naam moeder] . Zij heeft eveneens verklaard dat verdachte in de nacht van 14 op 15 juli 2018 voor...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT