Uitspraak Nº 23-003151-19. Gerechtshof Amsterdam, 2020-07-23

Datum uitspraak:2020/07/23
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003151-19

datum uitspraak: 23 juli 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 augustus 2019 in de strafzaak onder de parketnummers

13-741040-19 en 13-654093-17 (TUL) tegen

[Verdachte 2] ,

geboren te Amsterdam op [geboortedatum] 1996,

adres: [Adres] Amsterdam.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3, 4 en 6 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zo ver in hoger beroep opnieuw aan de orde, tenlastegelegd dat:

1
hij op of omstreeks 28 april 2019 te Duivendrecht, gemeente Ouder-Amstel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag van (ongeveer 1460 euro) en/of een of meer bankpassen en/of een of meer rijbewijzen, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- ( met kracht) een (elleboog)stoot tegen het gezicht, in elk geval tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gegeven en/of (vervolgens)

- voornoemde [slachtoffer] (met kracht) bij zijn lichaam heeft/hebben vastgehouden en/of vastgepakt en/of (vervolgens)

- toen [slachtoffer] een foto wilde maken van het kenteken van het voertuig waarin verdachte en/of zijn mededader(s) re(e)d(en) met meer dan geringe snelheid op [slachtoffer] is/zijn afgereden (waarbij voornoemde [slachtoffer] opzij moest springen ten einde een aanrijding te voorkomen);

2
hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 28 april 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pin-/betaalautomaat heeft weggenomen een of meer geldbedragen (met een totale waarde van ongeveer 42 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, in elk geval door middel van een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet is/zijn/was/waren gerechtigd (te weten een pin-/bankpas en/of bijbehorende pincode t.n.v. [slachtoffer] );
5 (gevoegde zaak 13-684117-19)
hij op of omstreeks 5 juli 2019 te Utrecht, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van minder dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde en een andere kwalificatie ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde dan de rechtbank.

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

De raadsvrouw heeft ter terechtzitting in hoger beroep partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde geweldsaspect. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat de verdachte niet als pleger van het geweld kan worden aangemerkt en – bij gebreke aan opzet op dat geweld – evenmin sprake is van voldoende bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte op dat punt.

Het hof overweegt als volgt.

Uit de bewijsmiddelen leidt het hof af dat de aangever op 28 april 2019 bij de autowasstraat [naam] te Duivendrecht aanwezig was en de verdachte en zijn mededader zich bij de daarnaast geparkeerde auto bevonden. Hierbij stonden beide auto’s in dezelfde richting geparkeerd, waardoor de bijrijderszijde van de auto van de verdachte grensde aan de bestuurderszijde van de auto van de aangever. Terwijl de verdachte zijn auto stofzuigde, begaf zijn mededader zich naar de auto van de aangever, trok aan de hendel van het portier van diens auto en liep vervolgens weer terug naar de verdachte. Toen de aangever het portier van zijn auto opende, kwam de mededader zijn kant op en trok de bril van aangevers neus. Terwijl de verdachte zich nog steeds aan de bijrijderszijde van zijn auto bevond, ontstond tussen de mededader en de aangever een worsteling aan de bestuurderszijde van de auto van de aangever. Hierbij gaf de mededader een stoot tegen het gezicht van de aangever. Een aantal seconden later, terwijl de worsteling tussen mededader en aangever nog steeds gaande was, ging de verdachte naast de mededader staan en pakte de portemonnee van de aangever uit het portier aan de bestuurderskant van diens auto. Op het moment dat de aangever uit de auto probeerde te komen en de mededader hem bij zijn arm vastpakte, stapte de verdachte naar de achterkant van aangevers auto. Toen de aangever op de grond viel, rende de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT