Uitspraak Nº 23-003917-18. Gerechtshof Amsterdam, 2020-07-23

Datum uitspraak:2020/07/23
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-003917-18

datum uitspraak: 23 juli 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 2 november 2018 in de strafzaak onder parketnummer 13-186555-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1984,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 11 september 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [benadeelde] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het eenmaal of meermalen (met kracht) geven van een (zogenaamde) kopstoot in/tegen het gezicht/hoofd, althans het lichaam van voornoemde [benadeelde].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit.

Daartoe is aangevoerd dat de verdachte geen opzet had op mishandeling.

De verdachte ontkent een kopstoot te hebben gegeven. De verdachte stelt dat hij wilde dat de aangever zijn excuses zou aanbieden voor aangevers gedrag ten opzichte van zijn vriendin. Vervolgens zou de verdachte door een ander zijn geduwd en tegen de aangever zijn aangevallen.

Het hof overweegt als volgt.

De aangever verklaart dat de verdachte hem een kopstoot gaf, zijn tand daardoor afbrak en uit zijn mond viel. Het voorgaande vindt steun in de verklaring van getuige [getuige]. Zij verklaart dat de verdachte zijn hoofd naar achteren haalde en met kracht naar voren bewoog tegen het gezicht van de aangever, waarbij een tand uit de mond van de aangever is geslagen. Van het letsel bevinden zich foto’s in het dossier.

Voor zover de raadsman heeft willen aanvoeren dat de verklaring van getuige [getuige] onbetrouwbaar is en daardoor dient te worden uitgesloten van het bewijs, is die stelling onvoldoende onderbouwd. Het hof ziet dan ook geen aanleiding om de verklaring van getuige [getuige] niet tot het bewijs te bezigen.

Op basis van voornoemde bewijsmiddelen acht het hof de mishandeling wettig en overtuigend bewezen.

Het door de verdachte geschetste alternatieve scenario, dat hij wilde dat de aangever zijn excuses zou aanbieden vanwege zijn gedrag ten opzichte van de vriendin van de verdachte, acht het hof niet onaannemelijk. Dat de verdachte vervolgens geduwd zou zijn en tegen de aangever is aangevallen, acht het hof geenszins aannemelijk geworden, nu dit buiten de verklaring van de verdachte door geen enkele andere verklaring wordt ondersteund.

Het tot vrijspraak strekkende verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT