Uitspraak Nº 4308534 AO VERZ 15-60. Rechtbank Noord-Holland, 2015-09-16

Datum uitspraak:2015/09/16
Uitgevende instantie::Rechtbank Noord-Holland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 4308534 \ AO VERZ 15-60

Uitspraakdatum: 16 september 2015

Beschikking in de zaak van:

de besloten vennootschap Novum-Plus Zorg & Verpleging B.V.,

gevestigd te [plaats]

verzoekende partij in de zaak van het verzoek, verwerende partij in de zaak van het tegenverzoek

verder te noemen: Novum

gemachtigde: mr. A.L.V. Leurs

tegen

[naam] ,

wonende te [plaats]

verwerende partij in de zaak van het verzoek, verzoekende partij in de zaak van het tegenverzoek

verder te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. L. van Dijk

1 Het procesverloop

in de zaak van het verzoek en het tegenverzoek

1.1.

Novum heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [werknemer] heeft een verweerschrift en een tegenverzoek ingediend.

1.2.

Op 2 september 2015 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

in de zaak van het verzoek en het tegenverzoek

2.1.

Novum is een instelling die zich bezighoudt met de verlening van thuiszorg, waaronder wijkverpleging, verzorging en verpleging van langdurig zieken, en huishoudelijke hulp.

2.2.

[werknemer] , geboren [datum] , is op 4 februari 2008 in dienst getreden bij Novum. De laatste functie die [werknemer] vervulde, is die van verzorgende, met een salaris van € 2.337,12 bruto per maand.

2.3.

[werknemer] heeft samen met een collega, [a] (hierna: [A] ) ruim tien jaar intensieve zorg verleend aan [x] (hierna: [X] ). Toen [werknemer] in dienst trad bij Novum heeft zij [X] als cliënt ‘meegenomen’ naar Novum.

2.4.

Op 17 december 2010 heeft [X] een levenstestament en een notariële volmacht laten opstellen, waarin zij [werknemer] en [A] heeft gevolmachtigd om alle rechtshandelingen voor haar te verrichten. Ook is in het levenstestament opgenomen dat [X] in haar toenma-lige woning wilde blijven wonen met de nodige zorg van [werknemer] en [A] , ook als familie of derden anders zouden indiceren of wensen.

2.5.

[werknemer] heeft vanaf 2011, toen de fysieke toestand van [X] achteruit ging, voor [X] boodschappen gedaan en contant geld voor haar opgenomen, met behulp van de pinpas van [X] .

2.6.

[X] is in oktober 2013 overleden. Op 28 oktober 2014 zijn [werknemer] en [A] naar aanleiding van een aangifte van de broers van [X] door de politie in hechtenis genomen vanwege een verdenking van verduistering van tienduizenden euro’s van de rekening van [X] . [werknemer] en [A] zijn op 30 oktober 2014 in vrijheid gesteld.

2.7.

Novum heeft [werknemer] op staande voet ontslagen op 18 november 2014. In een vonnis in kort geding van 21 april 2015 van de rechtbank Noord-Holland, locatie Zaanstad (zaak/rolnr. 3954667/VV EXPL 15-29) is geoordeeld dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is en is Novum veroordeeld tot doorbetaling van loon. In dat vonnis is ook overwogen dat de vordering van [werknemer] tot tewerkstelling moet worden afgewezen, omdat [werknemer] arbeidsongeschikt was en omdat van Novum niet kon worden verwacht dat zij [werknemer] , gelet op de ernst van de beschuldigingen en de vertrouwensrelatie met haar cliënten, in afwachting van het strafrechtelijk onderzoek weer tewerk zal stellen.

2.8.

[werknemer] had ten tijde van de zitting van 2 september 2015 geen bericht gekregen over een eventuele strafrechtelijke vervolging.

2.9.

[werknemer] is arbeidsongeschikt vanaf 27 februari 2014.

3 Het verzoek
3.1.

Novum verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), in verbinding met artikel 7:669 lid 3, onderdeel e en g, BW.

3.2.

Aan dit verzoek legt Novum ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – verwijtbaar handelen van [werknemer] en een verstoorde arbeidsverhouding. Ter onderbouwing daarvan heeft Novum aangevoerd dat [werknemer] met gebruikmaking van eerdergenoemde notariële volmacht rechtshandelingen heeft verricht voor [X] en een financiële band met haar is aangegaan, terwijl zij wist of behoorde te weten dat dit onethisch is en in strijd met de gedragsregels in de branche. Novum verwijt [werknemer] ook dat zij het bestaan van de notariële volmacht niet heeft gemeld. Verder wijst Novum erop dat zij van de politie heeft vernomen dat [werknemer] regelmatig € 1.000,00 heeft gepind van de rekening van [X] en geldbedragen van de rekening van [X] heeft overgeboekt naar een eigen rekening van [werknemer] . Ondanks het feit dat...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT