Uitspraak Nº 6607863 UC EXPL 18-898. Rechtbank Midden-Nederland, 2018-10-10

Datum uitspraak:10 oktober 2018
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 6607863 UC EXPL 18-898 M/30364

Vonnis van 10 oktober 2018

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. O.P. van der Linden,

tegen:

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [gedaagde] ,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. C.J. Dreef.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- het vonnis van 23 mei 2018;

- de akte wijziging/aanvulling van eis van [eiser] ;

- de mondelinge behandeling gehouden op 28 augustus 2018, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten
2.1.

[gedaagde] heeft per 1 december 1998 van [eiser] het pand gelegen aan de [adres] te [vestigingsplaats/woonplaats] (hierna: het pand) gehuurd. De huurovereenkomst bedrijfsruimte annex woonruimte (hierna: de huurovereenkomst) is aangegaan voor de duur van vijf jaar met de mogelijkheid tot voortzetting voor aansluitende perioden van vijf jaar. Op de huurovereenkomst zijn de algemene bepalingen huurovereenkomst bedrijfsruimte van toepassing verklaard.

2.2.

Op de begane grond is een Chinees-Indisch restaurant gevestigd en bovengelegen verdiepingen betreffen woonruimte. Laatstelijk bedroeg de huur € 2.809,71 per maand.

2.3.

Bij brief van 8 oktober 2017 heeft [gedaagde] [eiser] bericht de huur op te schorten vanwege ernstig achterstallig onderhoud en gebreken aan het gehuurde.

2.4.

Op 22 november 2017 heeft er in het gehuurde een bezichtiging en bespreking plaatsgevonden. Op dat moment was het restaurant van [gedaagde] in het pand niet meer actief.

2.5.

Sinds januari 2018 is de woonruimte in het pand onbewoond. In mei 2018 heeft [gedaagde] het pand volledig ontruimd.

2.6.

[gedaagde] heeft op 27 februari 2018 de huurpenningen over de maanden oktober tot en met december 2017 betaald.

2.7.

Op 7 maart 2018 heeft [gedaagde] [eiser] bericht dat de waterleiding in het pand is gesprongen en hierdoor aanzienlijke waterschade is ontstaan.

2.8.

De huurovereenkomst is opgezegd per 1 december 2018.

3 Het geschil
3.1.

[eiser] vordert, na wijziging van eis, bij vonnis voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en bepaling van een datum voor de ontruiming;

  • -

    veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de huurpenningen van januari 2018 tot en met november 2018 ten bedrage van € 30.909,67;

  • -

    veroordeling van [gedaagde] de schade te vergoeden als gevolg van niet gemelde lekkages, gesprongen waterleiding en het achterstallig onderhoud een en ander nader op te maken bij staat;

  • -

    veroordeling van [gedaagde] de schade te vergoeden als gevolg van leegstand over de periode van herstelmaatregelen, een en ander nader op te maken bij staat;

  • -

    veroordeling van [gedaagde] in de daadwerkelijk gemaakte kosten voor rechtsbijstand in en buiten rechte, conform artikel 7.4 Algemene Bepalingen Huurovereenkomst, nog nader op te geven, dan wel veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten te bepalen op gebruikelijke wijze.

3.2.

Ter onderbouwing van deze vorderingen stelt [eiser] , samengevat, dat er sprake is van huurachterstand die op zich ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Ook is door (grove) nalatigheid van [gedaagde] ernstige schade aan het pand ontstaan. [gedaagde] heeft het pand niet onderhouden en heeft niet...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT