Uitspraak Nº ak_19_2221. Rechtbank Overijssel, 2020-04-30

Datum uitspraak:30 april 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Overijssel
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 19/2221

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen Victorie Hulp- en Dienstverlening B.V., te Almelo, eiseres,

gemachtigde: mr. H.J.M. Nijenhuis,

en

het college van burgemeester en wethouders van Almelo, verweerder,

gemachtigden: mr. R. Blom en D.G.J. Sanderink.

Procesverloop

Bij besluiten van 25 februari 2019 heeft verweerder de verleende budgetsubsidie voor de maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wet maatschappelijke onder-steuning 2015 (Wmo 2015) over de subsidietijdvakken van 1 januari 2016 - 31 december 2016, 1 januari 2017 - 31 december 2017 en 1 januari 2018 - 31 december 2018 ingetrokken en een bedrag van € 670.225,- van eiseres teruggevorderd.

Bij besluit van 16 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard met vervanging van de motivering.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 februari 2020.

Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar directeur [naam 1]

(hierna: [naam 1] ), bijgestaan door haar gemachtigde.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Tevens waren aanwezig [naam 2] en [naam 3] .

Overwegingen

1. Eiseres is een onderneming die hulp, begeleiding, zorg en andere diensten verleent aan met name personen met psychische, sociale en/of financiële problemen. Enig aandeel-houder en bestuurder van eiseres is [naam 1] .

2. Eiseres heeft voor de tijdvakken 1 januari - 31 december 2016, 1 januari 2017 -
31 december 2017 en 1 januari 2018 - 31 december 2018 subsidie gevraagd op grond van

de Wmo 2015 voor de maatwerkvoorziening beschermd wonen.

3. Over het tijdvak 1 januari 2016 - 31 december 2016 is door verweerder een budget-subsidie verleend voor de realisatie van de Uitvoeringsovereenkomst Beschermd Wonen met kenmerk 67224. Hierin is opgenomen dat de prestaties betrekking hebben op de voorziening beschermd wonen als bedoeld in de Wmo 2015 en de daarop gebaseerde regelgeving.

De subsidie wordt verleend voor het bieden van beschermd wonen, gebaseerd op de feitelijke bezetting in 2016 door de, op bijlage 1 van de uitvoeringsovereenkomst opgenomen, cliënten in zorg met een ZZP GGZ-C indicatie per 1 januari 2016, en de in de bijlage genoemde kostprijzen. De feitelijke bezetting door cliënten op basis van de instroom van cliënten op grond van een CIMOT indicatie in 2016 en de door het CIMOT voor de indicatie vast-gestelde kostprijs. De vermindering van de feitelijke bezetting als gevolg van de uitstroom van cliënten en de voor de cliënten vastgestelde kostprijzen. Ten aanzien van de bezetting per 1 januari 2016 is een bijlage opgenomen met daarop de initialen van de cliënten die in zorg zijn bij Victorie en de jaarbedragen die daarvoor opgevoerd en geaccordeerd zijn.

Verweerder heeft over het tijdvak 1 januari 2017 - 31 december 2017 en het tijdvak 1 januari 2018 – 31 december 2018 een budgetsubsidie verleend voor de realisatie van de Uitvoerings-overeenkomst Beschermd Wonen met respectievelijk het kenmerk Z/16/076096 en Z/17/082747. De prestaties hebben betrekking op de voorziening beschermd wonen als bedoeld in de Wmo 2015 en de daarop gebaseerde regelgeving. De subsidie wordt verleend voor het bieden van beschermd wonen, gebaseerd op de feitelijke bezetting in 2017 en 2018 van de cliënten in zorg met een geldige beschermd wonen indicatie (beschikking vanuit CIMOT Almelo dan wel geldige GGZ-C indicatie vanuit het CIZ) en bijbehorende componenten en maximum tarieven.

De rechtbank stelt vast dat verweerder over de jaren 2016, 2017 en 2018 respectievelijk een bedrag van € 266.626,05, € 234.383,54 en € 169.251,91 aan subsidie heeft verleend. Deze subsidies zijn niet definitief vastgesteld.

4. Op 31 augustus 2018 heeft de Sociale Recherche Twente (SRT) een melding ontvangen van een bestuurder van FNV Zorg & Welzijn over (ernstige) misstanden bij eiseres en Victorie Beschermd Wonen B.V. Deze melding is aanleiding geweest voor het SRT-onderzoek dat is uitgevoerd door twee toezichthouders. Het onderzoek ziet – kort weergegeven – op de zorgverlening en bedrijfsvoering van zowel eiseres als Victorie Beschermd Wonen B.V., en haar middellijke bestuurders [naam 1] (NJB Group BV) en

[naam 4] (hierna [naam 4] (BOAB BV). Op 14 december 2018 is het onderzoek afgerond.

5. Naar aanleiding van de uitkomsten van het SRT-onderzoek heeft verweerder op
8 januari 2019 strafrechtelijk aangifte gedaan. Bij besluiten van 25 februari 2019 heeft verweerder de verleende subsidies over de jaren 2016, 2017 en 2018 ingetrokken en een bedrag van € 670.225,50 teruggevorderd.

6. De bezwaren van eiseres tegen de intrekking en terugvordering van de verleende budgetsubsidies zijn bij het bestreden besluit ongegrond verklaard. Dit betekent dat de intrekking en terugvordering van de subsidies in stand blijft. Verweerder ziet wel aanleiding om de motivering van de primaire besluiten te vervangen door de in het bestreden besluit opgenomen motivering. De uitkomsten van het SRT-onderzoek worden enkel betrokken voor zover in het bestreden besluit naar het SRT-rapport wordt verwezen. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ook het concept inspectierapport van 18 juni 2019 ten grondslag gelegd, alsmede het rapport van bevindingen van 31 juli 2019.

Wettelijk kader

7. Artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) luidt:

“1 Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een overeenkomst worden gesloten.

2 Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst worden bepaald dat de subsidieontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is verleend.”

Artikel 4:45 van de Awb luidt:

“1 Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de aan de subsidie verbonden verplichtingen, tenzij de subsidie voor de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld.

2 Bij de aanvraag tot subsidievaststelling legt de aanvrager rekening en verantwoording

af omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor

de vaststelling van de subsidie van belang zijn.”

Artikel 4:48, eerste lid, onder a en b, van de Awb luidt:

“1 Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het bestuursorgaan de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen, indien:

  • -

    a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;

  • -

    b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;”

Artikel 4:57, eerste lid, luidt: "Het bestuursorgaan kan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen terugvorderen."

Beoordeling

8. Verweerder stelt zich op het standpunt dat onderzoek van de SRT heeft uitgewezen

dat eiseres in de jaren 2016, 2017 en 2018 de aan haar verstrekte subsidiegelden niet dan wel in onvoldoende mate aan de gestelde doelen heeft besteed. Op basis van het SRT-onderzoek is volgens verweerder onverkort komen vast te staan dat eiseres substantiële bedragen aan zorggelden, waaronder begrepen de subsidies die door verweerder aan haar zijn uitbetaald, heeft aangewend voor andere doelen dan waarvoor de subsidies waren verstrekt. Verder stelt verweerder dat is komen vast te staan dat eiseres in het verleden diverse aan de subsidie verbonden verplichtingen niet is nagekomen.

De feiten en omstandigheden, op grond waarvan verweerder bij het bestreden besluit is overgegaan tot de intrekking van de verleende subsidies en terugvordering van de onverschuldigd betaalde subsidiegelden, betreffen – verkort weergegeven – de volgende verwijten:

a. zorggelden zijn gebruikt voor casinobezoeken van [naam 1] ;

b. geen (kwalitatief goede) ondersteuning of zorg verleend door eiseres;

c. onvoldoende) deskundigheid en opleiding van de zorgverleners;

d. (zorg)gelden zijn gebruikt voor (dure) cadeaus;

e. niet-professionele gedragingen van [naam 1] ;

d. het op een onveilige manier bewaren van medicijnen;

e. zorgverleners niet geregistreerd in het BIG-register;

f. het overtreden van de Wet normering inkomens.

9. Eiseres meent dat de grondslag van de intrekking en terugvordering in strijd is met de Wmo 2015...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT