Uitspraak Nº Awb 19/8972. Rechtbank Den Haag, 2020-07-29

Datum uitspraak:2020/07/29
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 19/8972

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 29 juli 2020 in de zaak tussen

[Eiser 1] ,

[geboortedatum eiser 1] , van Somalische nationaliteit,

v-nummer: [#] ,

eiser 1,

[Eiser 2] ,

geboren op [geboortedatum eiser 2] , van Somalische nationaliteit,

v-nummer [#] ,

eiser 2,

samen te noemen: eisers

(gemachtigde: mr. M.L. van Riel),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. A.H. Noordeloos).

Procesverloop

Bij besluit van 20 oktober 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eisers tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel “verblijf als familie- of gezinslid” afgewezen.

Bij besluit van 1 november 2018 heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. Op 19 januari 2019 heeft verweerder het besluit van 1 november 2018 ingetrokken.

Bij besluit van 23 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers opnieuw ongegrond verklaard.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 23 maart 2020 een verweerschrift ingediend.

De telefonische hoorzitting met [Referente] (referente), haar gemachtigde en de gemachtigde van verweerder heeft plaatsgevonden op 11 juni 2020.

Overwegingen
  1. Ingevolge artikel 72, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt een beschikking omtrent de afgifte van een visum, waaronder begrepen een mvv, voor de toepassing van hoofdstuk 7 “Rechtsmiddelen” van de Vw 2000 gelijkgesteld met een beschikking omtrent een verblijfsvergunning regulier gegeven krachtens deze wet.

  2. De rechtbank betrekt bij de beoordeling de volgende feiten. Eisers zijn broers en beogen verblijf bij hun minderjarige zus, referente. Op 3 november 2016 is aan referente een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. De onderhavige aanvraag is ingediend op 27 januari 2017. Op 30 juli 2019 heeft in het kader van het bezwaar een gehoor plaatsgevonden met referente.

  3. De rechtbank stelt voorop dat niet in geschil is dat tussen referente en eisers sprake is van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). In geschil is of verweerder een juiste, op grond van artikel 8 EVRM vereiste, belangenafweging heeft gemaakt.

  4. Uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM)1 en die van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling)2 volgt dat de staatssecretaris bij de belangenafweging in het kader van het door artikel 8 EVRM beschermde recht op eerbiediging van privéleven en familie- en gezinsleven een “fair balance” moet vinden tussen het belang van de vreemdeling en de gezinsleden enerzijds en het Nederlands algemeen belang dat is gediend bij het uitvoeren van een restrictief toelatingsbeleid anderzijds. Daarbij moet hij alle voor die belangenafweging van betekenis zijnde feiten en omstandigheden kenbaar betrekken. Volgens eveneens vaste...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT