Uitspraak Nº AWB - 20 _ 3043. Rechtbank Den Haag, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
REchtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 20/3043

uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 juli 2020 op het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. S. Süzen),

en

het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg, (gemachtigde: M. Schuurman).

Procesverloop

Bij besluit van 2 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het recht van verzoeker op een uitkering ingevolge de Participatiewet (Pw) per direct beëindigd en over de periode van 19 maart 2020 tot en met 2 april 2020 ingetrokken.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben vanwege de uitbraak van het Coronavirus de voorzieningenrechter toestemming gegeven om de zaak zonder zitting schriftelijk af te doen.

De voorzieningenrechter heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om vrijstelling van de verplichting tot betaling van griffierecht. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker vanwege het ontbreken van inkomen of vermogen geen griffierecht is verschuldigd.

2. De voorzieningenrechter overweegt dat, alleen wanneer aan een verzoek om een voorlopige voorziening een spoedeisend belang ten grondslag ligt, een inhoudelijke beoordeling daarvan kan plaatsvinden. Een spoedeisend belang kan worden aangenomen als sprake is van een acute (financiële) noodsituatie. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij met ingang van 19 maart 2020 geen inkomen meer heeft en daardoor in een financiële noodsituatie verkeert. Volgens verzoeker is hij niet in staat om te kunnen voorzien in zijn noodzakelijke kosten van zijn bestaan en zijn vaste lasten. De voorzieningenrechter ziet hierin reden om aan te nemen dat verzoeker voldoende spoedeisend belang heeft bij zijn verzoek.

3. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet.

4. Verzoeker is vader van een Nederlands minderjarig kind en heeft zelf de Turkse nationaliteit. Op 1 november 2018 heeft hij een aanvraag ingediend om een verblijfsdocument op basis van een afgeleid verblijfsrecht op grond van artikel 2 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie en het arrest van het Hof...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT