Uitspraak Nº C/03/278553 / KG ZA 20-216. Rechtbank Limburg, 2020-07-23

Datum uitspraak:23 juli 2020
Uitgevende instantie::Rechtbank Limburg
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Familie en jeugd

Datum uitspraak: 23 juli 2020

Zaaknummer: C/03/278553 / KG ZA 20-216

De voorzieningenrechter, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft het navolgende kort gedingvonnis gewezen

inzake

[eiser] ,
wonend te [woonplaats 1] ,
eiser, hierna te noemen: de man,
advocaat mr. A.J.E. Verschuren, gevestigd te Kerkrade,

tegen:


[gedaagde] ,
wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagde, hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. M.J.M.H. Nass, gevestigd te Simpelveld.

1 Het verloop van de procedure

De man heeft de vrouw gedagvaard in kort geding. Op de dienende dag, 10 juli 2020, heeft hij gesteld en gevorderd overeenkomstig de inhoud van de dagvaarding, waarna hij zijn vordering nader heeft toegelicht.

De vrouw heeft aan de hand van een conclusie van antwoord verweer gevoerd.

Partijen hebben daarna op elkaars stellingen gereageerd. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter de mogelijkheden van een tussen partijen te treffen regeling onderzocht, maar dit heeft niet tot enig resultaat geleid. Daarna is de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Partijen hebben een relatie gehad. Binnen deze relatie is het minderjarig kind [naam kind] geboren op [geboortedatum] . De man heeft [naam kind] erkend en partijen oefenen gezamenlijk het gezag over [naam kind] uit. [naam kind] verblijft bij de vrouw.

3 Het geschil
3.1.

De man heeft gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vrouw te gebieden alle medewerking te verlenen aan de uitvoering van de tussen partijen overeengekomen omgangsregeling, inhoudende dat [naam kind] in de oneven weken van vrijdag 14.00 uur tot de daaropvolgende vrijdag 14.00 uur bij de man verblijft, dan wel in het kader van het onderhavige kort geding en voor de duur van een te starten bodemprocedure te bepalen dat [naam kind] in de oneven weken van vrijdag 14.00 uur tot de daaropvolgende vrijdag 14.00 uur bij de man verblijft.

3.2.

De vrouw heeft aan de hand van een conclusie van antwoord gemotiveerd verweer gevoerd. Zij heeft verzocht primair de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering en subsidiair de vordering van de man af te wijzen, met veroordeling van de man in – kort gezegd – de proceskosten en de nakosten, eventueel te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.3.

Op de door partijen betrokken stellingen zal de voorzieningenrechter hierna, voor zover nodig, ingaan.

4 De beoordeling
4.1.

Uit de aard van de zaak vloeit een spoedeisend belang voort. Immers, de man heeft al vanaf eind mei 2020 geen omgang meer met [naam kind] gehad. Dat dit in de ogen van de vrouw aan de man zelf te wijten is, is door de man betwist en kan op zichzelf beschouwd ook geen valide argument zijn op grond waarvan de spoedeisendheid niet gegeven is.

4.2.

Uit de dagvaarding en de conclusie van antwoord kan de voorzieningenrechter in de eerste plaats niet afleiden dat partijen ten aanzien van [naam kind] een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT