Uitspraak Nº C/09/497767 / FA RK 15-7889, C/09/517058 / FA RK 16-6520. Rechtbank Den Haag, 2017-01-11

Datum uitspraak:2017/01/11
Uitgevende instantie::Rechtbank Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige Kamer

Rekestnummers: FA RK 15-7889 (echtscheiding)

FA RK 16-6520 (afwikkeling huwelijkse voorwaarden)

Zaaknummers: C/09/497767 (echtscheiding)

C/09/517058 (afwikkeling huwelijkse voorwaarden)

Datum beschikking: 11 januari 2017

Scheiding
Beschikking op het op 9 oktober 2015 ingekomen verzoek van:
[de man] ,

de man,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. M. van Yperen-Groenleer te ‘s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende te Brunei,

advocaat: mr. E.M. Kostense te ‘s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    het verweerschrift tevens verzoekschrift;

- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;

- het gewijzigde verzoekschrift;

- de brief d.d. 2 november 2015, met bijlagen, van de zijde van de man;

- het F9-formulier d.d. 18 augustus 2016, met bijlage, van de zijde van de man;

- het F9-formulier d.d. 19 augustus 2016, met bijlagen, van de zijde van de vrouw;

- het faxbericht d.d. 8 november 2016 van de zijde van de man;

- het F9-formulier d.d. 11 november 2016, met bijlage, van de zijde van de vrouw.

Op 23 november 2016 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de advocaat van de vrouw. De vrouw is behoorlijk opgeroepen en met voorafgaand bericht niet verschenen. Van de zijde van zowel de man als de vrouw zijn pleitnotities overgelegd.

De minderjarige [de minderjarige] is na de zitting in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken. Hij heeft op 10 december 2016 via e-mail een brief gestuurd aan de rechtbank.

De griffier heeft op 15 december 2016 een brief aan beide advocaten toegezonden waarin zij kort samengevat heeft weergegeven wat [de minderjarige] over zijn hoofdverblijfplaats en de zorgregeling heeft geschreven. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om hier binnen een week op te reageren.

De rechtbank heeft nadien geen stukken meer ontvangen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum huwelijk] te [plaats huwelijk] , Zuid-Afrika.

- Zij zijn de ouders van het volgende thans nog minderjarige kind:

- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Brunei.

- Zij zijn voorts de ouders van de thans jong-meerderjarige [de jong-meerderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Groot-Brittannië.

- De jong-meerderjarige woont in [woonplaats] .

- De minderjarige verblijft thans bij de vrouw in Brunei.

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit.

- Blijkens het uittreksel uit het systeem ingevolge de Wet basisregistratie personen heeft de man de Nederlandse nationaliteit. Partijen hebben gesteld dat de vrouw de Nederlandse en de Zuid-Afrikaanse nationaliteit heeft en dat de minderjarige de Nederlandse nationaliteit heeft.

- Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, kort gezegd inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen. De huwelijkse voorwaarden bevatten een periodiek verrekenbeding.

Verzoek en verweer

Het verzoek zoals dat thans luidt strekt tot echtscheiding met nevenvoorzieningen tot:

- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over het minderjarige kind van partijen, in die zin dat de minderjarige minimaal drie achtereenvolgende weken in de zomerperiode en twee weken in de andere vakanties, waarvan bij voorkeur een week in de kerstvakantie, bij de man zal zijn;

- vaststelling dat de man gehouden is met een nog nader te bepalen bedrag per maand bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige;

- voor recht te verklaren dat het recht van Brunei van toepassing is op de partneralimentatie;

- voor recht te verklaren dat partijen uit hoofde van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden niets meer van elkaar te vorderen hebben;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vrouw voert – onder referte voor het overige – verweer tegen de verzochte nevenvoorzieningen, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Tevens heeft de vrouw zelfstandig verzocht om nevenvoorzieningen tot:

- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw;

- vaststelling van kinderalimentatie van € 350,-- per maand, bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen, waarnaast de man de schoolkosten voor zijn rekening neemt en rechtstreeks aan de school betaalt;

- vaststelling van door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie van

€ 3.400,-- bruto per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, althans een zodanig bedrag als de rechtbank juist acht, in aanmerking nemende dat de man de kosten van studie en levensonderhoud ten behoeve van [de jong-meerderjarige] blijft voldoen;

- vaststelling van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden conform een nog nader door de vrouw over te leggen voorstel en daarbij vast te stellen welk bedrag partijen uit hoofde van de verrekening over en weer aan elkaar verschuldigd zijn, te vermeerderen met de wettelijke rente over het over en weer verschuldigde vanaf de dag van indiening van het echtscheidingsverzoekschrift tot aan de dag waarop betaling geheel heeft plaatsgevonden;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De man voert verweer tegen het zelfstandig verzoek van de vrouw, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Echtscheiding

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de man ten tijde van de indiening van het verzoekschrift zijn gewone verblijfplaats in Nederland had, hij hier ten minste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek zijn verblijfplaats had en ten tijde van de indiening de Nederlandse nationaliteit bezat, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. De rechtbank zal krachtens artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.

Ontvankelijkheid

De rechtbank stelt vast dat de man geen door beide partijen ondertekend ouderschapsplan heeft overgelegd. Op grond van artikel 815 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Nu het ouderschapsplan in de wet is geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding heeft de rechtbank de bevoegdheid de man in zijn verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT