Uitspraak Nº C/18/141764 / HA ZA 13-171. Rechtbank Noord-Nederland, 2016-02-03

Datum uitspraak:2016/02/03
Uitgevende instantie::Rechtbank Noord-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/141764 / HA ZA 13-171

Vonnis van 3 februari 2016

in de zaak van

1. de besloten vennootschap

JEVEBE BEHEER B.V.,

die gevestigd is in Leek,

2. [voornaam] [eiser 2],

die woont in Leek,

eisers,

advocaat mr. P.W. Huitema, die kantoor houdt in Groningen,

tegen

1. de besloten vennootschap

SUPER DE BOER WINKELS B.V.,

2. de besloten vennootschap

JUMBO SUPERMARKTEN B.V.,

die gevestigd zijn in Veghel,

gedaagden,

advocaat mr. S.H.W. Le Large, die kantoor houdt in Utrecht.

Partijen worden hierna Jevebe, [eiser 2] , Super de Boer en Jumbo genoemd.

1 De procedure
1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 19 november 2014;

  • -

    de akte vermindering van eis van 17 december 2014;

  • -

    de akte uitlating producties van 11 februari 2015 van Jevebe en [eiser 2] ;

  • -

    de akte uitlating producties van 11 maart 2015 van Jumbo;

  • -

    de akte wijzing van eis van Jevebe en [eiser 2] van 12 november 2015;

  • -

    het pleidooi van 12 november 2015 en de door partijen overgelegde pleitaantekeningen;

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling
2.1.

De rechtbank zal in dit vonnis achtereenvolgens ingaan op de vraag of:

(i) Jevebe en [eiser 2] kunnen worden ontvangen in hun vorderingen voor zover die zijn ingesteld tegen Super de Boer;

(ii) in deze vrijwaringsprocedure andere vorderingen kunnen worden ingesteld dan een vordering die ertoe strekt de nadelige gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak af te wentelen op Super de Boer en Jumbo;

(iii) een vrijwaring kan slagen heeft wanneer, zoals in deze zaak, als gevolg van een schikking er geen nadelige gevolgen van een veroordeling van Jevebe en [eiser 2] als gewaarborgde (meer) bestaan.

2.2.

Tussen partijen is in geschil of Jevebe en [eiser 2] kunnen worden ontvangen in hun vorderingen voor zover die zijn ingesteld tegen Super de Boer, die volgens Jumbo als rechtspersoon is opgehouden te bestaan als gevolg van een fusie. Ten aanzien van de in dit verband tussen partijen opgekomen geschilpunten wordt als volgt overwogen.

2.3.

In het tussenvonnis van 19 november 2014 heeft de rechtbank de zaak naar de rol verwezen onder meer om Jevebe en [eiser 2] in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over de rechtsgevolgen van de door Jumbo gestelde fusie en de door Jumbo betrokken stelling dat Super de Boer als verdwijnende rechtspersoon bij die fusie is opgehouden te bestaan.

2.4.

Jevebe en [eiser 2] hebben zich hierover bij akte van 17 december 2014 uitgelaten. Zij stellen dat uit de aan de conclusie van dupliek gehechte akte van splitsing blijkt dat een deel van het vermogen van de afsplitsende vennootschap onder algemene titel wordt verkregen door Jumbo. Onder randnummer 3 van hun akte stellen Jevebe en [eiser 2] :

3.

Uit de akte van splitsing volgt dat in ieder geval de verplichtingen waar het hier om gaat in de gerechtelijke procedures zijn overgegaan. Ook volgt hieruit dat er een groot vermogen is afgesplitst naar Jumbo Supermarkten B.V. In ieder geval voldoende voor het geval Jumbo Supermarkten B.V. in de vrijwaring zal worden veroordeeld tot al hetgeen waartoe Jevebe in de hoofdzaak jegens Woonborg is veroordeeld. Mocht het vermogen onvoldoende blijken te zijn, dan is het in dat geval aan Woonborg om alsnog Jumbo Distributiecentrum B.V. ook aan te spreken, omdat die op grond van artikel 2:334 t BW immers aansprakelijk blijft als rechtsopvolger van Super de Boer Winkels B.V.

2.5.

Jumbo heeft bij akte van 17 december 2014 hierop gereageerd. Onder randnummer 8 van die akte stelt Jumbo:

8. Indien Jevebe c.s. zich verzetten tegen het vervallen van Super de Boer uit de procedure leidt dat volgens gedaagde(n) tot de conclusie dat een vonnis jegens Super de Boer niet ten uitvoer gelegd kan worden omdat de vennootschap Super de Boer immers niet meer bestaat.

2.6.

De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge art. 2:311 lid 1 BW is Super de Boer als verdwijnende rechtspersoon bij een fusie, als rechtspersoon opgehouden te bestaan. Tegen Super de Boer kan daarom geen vordering worden ingesteld, zoals Jevebe en [eiser 2] na wijziging van eis hebben gedaan. Jevebe en [eiser 2] zullen daarom in hun vorderingen voor zover ingesteld tegen Super de Boer, niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.7.

Deze vrijwaringszaak is door Jevebe en [eiser 2] ingeleid met een dagvaarding waarin de eis in twee onderdelen uiteenvalt. Jevebe en [eiser 2] vorderden in de eerste plaats, zakelijk weergegeven, dat Super de Boer en Jumbo worden veroordeeld om aan Jevebe en/of [eiser 2] te betalen wat zij aan Woonborg als eiser in de hoofdzaak moeten betalen. Jevebe en [eiser 2] hebben aanvankelijk ook gevorderd dat de rechtbank voor recht verklaart dat Super de Boer en/of Jumbo aansprakelijk zijn voor de door Jevebe en [eiser 2] nader bij schadestaat op te maken schade, geleden als gevolg van het toerekenbaar tekortschieten door Super de Boer en/of Jumbo en/of geleden als gevolg van onrechtmatig handelen van Super de Boer en/of Jumbo.

2.8.

Op 19 november 2014 heeft de rechtbank in de hoofdzaak een eindvonnis gewezen en, voor zover hier van belang, voor recht verklaard dat Jevebe aansprakelijk is voor de nader bij schadestaat vast te stellen schade die de eiser in de hoofdzaak (hierna: "Woonborg") lijdt als gevolg van de ontbinding van haar overeenkomst met Jevebe.

2.9....

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT