Uitspraak Nº UTR 17/5249. Rechtbank Midden-Nederland, 2019-01-28

Datum uitspraak:28 januari 2019
Uitgevende instantie::Rechtbank Midden-Nederland
 
GRATIS UITTREKSEL
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 17 / 5249

uitspraak van de meervoudige kamer van 28 januari 2019 in de zaak tussen [eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. H. Rijken van Olst)

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

(gemachtigde: mr. F.A.M. Delfgaauw).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [naam derde-partij], te [woonplaats] , werkneemster.

(gemachtigde: mr. O. Labordus).

Procesverloop

In het besluit van 10 april 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres meegedeeld dat zij het loon van werkneemster moet doorbetalen tot 25 april 2018 (loonsanctie). De aanvraag van werkneemster om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) wordt daarom niet in behandeling genomen.

In het besluit van 16 november 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Werkneemster heeft verklaard aan het geding te willen deelnemen. Zij heeft geen toestemming gegeven om stukken die medische gegevens bevatten aan eiseres toe te zenden. De rechtbank heeft de medische stukken onder toepassing van artikel 8:32, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doen toekomen aan de gemachtigde van eiseres.

Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 8 november 2018. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar directeur, [A] , en haar gemachtigde, vergezeld door drs. [B] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Werkneemster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank overweegt allereerst dat zij, nu werkneemster geen toestemming heeft gegeven om gedingstukken die medische gegevens bevatten ter kennisname aan eiseres te verstrekken, de motivering van haar oordeel voor zover nodig zal beperken om te voorkomen dat deze gegevens via deze weg alsnog openbaar worden.

Feiten

2.1

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Werkneemster is op 29 april 2015 uitgevallen voor haar werk bij eiseres als hoofd administratieve dienstverlening voor gemiddeld 33,89 uur per week. Omdat ook sprake is van een arbeidsconflict tussen eiseres en werkneemster wordt pre-mediation en later mediation ingezet. Dit blijkt niet succesvol en de mediation wordt op 24 april 2016 gestaakt. Bedrijfsarts [C] adviseert eiseres op 13 mei 2016 om werkneemster volgens een opbouwschema aangepaste taken uit te laten voeren in haar eigen (het zogenaamde eerste spoor) of in een andere werkkring (re-integratie bij een andere werkgever: het tweede spoor). Op 13 juni 2016 begint werkneemster met re‑integratie bij eiseres (dus in het eerste spoor) volgens dit opbouwschema, maar op 23 juni 2016 meldt werkneemster zich opnieuw ziek. Eiseres stopt per 24 juni 2016 met de loondoorbetaling. Eiseres meldt werkneemster niet beter per die datum.

2.2

In het op verzoek van werkneemster gegeven deskundigenoordeel van 24 juni 2016 oordeelt arbeidsdeskundige [D] dat de re‑integratieverplichtingen van eiseres tot dan toe voldoende zijn. Als werkneemster niet hersteld gemeld gaat worden lijkt, gezien de verzuimduur en omdat nog niet zeker is of spoor 1 gaat lukken, een twee sporen beleid noodzakelijk. In het deskundigenoordeel van 10 oktober 2016, dat gaat over de vraag of eiseres werkneemster tot dan toe passend werk heeft geboden, oordeelt verzekeringsarts [E] dat werkneemster op 23 juni 2016 ziek was en dat van haar niet kon worden verwacht dat zij bij eiseres re‑integreerde. In het deskundigenoordeel van 11 oktober 2016 oordeelt [D] dat eiseres werkneemster tot dan toe...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT