Herziening van Centrale Raad van Beroep, 18 september 2012

Datum uitspraak:18 september 2012
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om herziening. Hetgeen verzoekers naar voren hebben gebracht is niet aan te merken als een feit of omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/1402 AOW, 12/1403 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 13 september 2011, 09/6261 en 09/6263

Partijen:

[Verzoeker 1] en [Verzoeker 2] te [woonplaats] (verzoekers)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak 18 september 2012.

PROCESVERLOOP

Verzoekers hebben om herziening van de uitspraak van de Raad van 13 september 2011 verzocht.

De Svb heeft hierop een zienswijze ingediend.

Het verzoek is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 4 september 2012. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

  1. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

  2. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

  3. waren zij bij de rechtbank eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.2. Bij zijn uitspraak van 13 september 2011 heeft de Raad, oordelend op het hoger beroep van verzoekers, de uitspraken van de rechtbank Roermond van 9 oktober 2009, 08/2060 en 9 oktober 2009, 09/214 bevestigd. De Raad heeft in deze uitspraak overwogen dat op grond van de voorlopige onderzoeksbevindingen bij de Svb in augustus 2008 het vermoeden kon bestaan dat verzoekers slechts recht hadden op een gehuwdenpensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) omdat zij niet (langer) duurzaam gescheiden leefden. In hetgeen verzoekers in de procedure naar voren hebben gebracht, heeft de Raad geen aanleiding gevonden om te twijfelen aan de juistheid van de bevindingen van de sociale recherche van de Svb bij de verschillende huisbezoeken en buurtonderzoeken. Voorts is overwogen dat verzoekers, zonder geldige reden, geen gebruik hebben gemaakt van de door de Svb geboden mogelijkheden om informatie te verstrekken over hun leefsituatie om zodoende het bij de Svb gerezen vermoeden dat zij niet langer duurzaam gescheiden leefden te ontzenuwen.

De Raad heeft het oordeel van de rechtbank onderschreven dat de Svb de uitbetaling van de ouderdomspensioenen van verzoekers voor ongehuwden met ingang van 1 augustus 2008 in zoverre heeft kunnen schorsen dat aan elk van hen het AOW-pensioen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT