Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Dordrecht, 7 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 7 december 2012
Uitgevende instantie::Rechtbank Dordrecht
SAMENVATTING

Wet maatschappelijke ondersteuning. Verweerder is niet in staat gebleken het besluit tot beëindiging van de individuele vervoersvoorziening van eiseres alsnog deugdelijk te motiveren. Verweerder reageert niet inhoudelijk op het betoog van eiseres en motiveert ook niet waarom hij is afgeweken van het advies van de bezwaarschriftencommissie. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK DORDRECHT

Sector Bestuursrecht

procedurenummer: AWB 12/618

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

in het geding tussen

[naam1 ], wonende te [woonplaats], eiseres,

en

het Drechtstedenbestuur, verweerder,

gemachtigde: M. Euser, werkzaam bij de Sociale Dienst Drechtsteden.

  1. Ontstaan en loop van het geding

    Verweerder heeft bij besluit van 2 november 2011 de aan eiseres verstrekte individuele vervoersvoorziening in de vorm van taxikosten op declaratiebasis beëindigd met ingang van 1 december 2011.

    Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 4 november 2011 bezwaar gemaakt bij verweerder.

    Bij besluit van 14 maart 2012 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

    Naar aanleiding van dit besluit heeft eiseres een klacht ingediend bij de Nationale ombudsman, die de klacht op 21 april 2012 heeft ontvangen en bij brief van 31 mei 2012 ter behandeling als beroepschrift heeft doorgezonden aan de rechtbank Dordrecht.

    De zaak is op 21 november 2012 ter zitting van een enkelvoudige kamer behandeld. Voor eiseres zijn ter zitting verschenen [naam2], gemachtigde en vriendin van eiseres, alsmede [naam3], de moeder van eiseres. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

  2. Overwegingen

    2.1. Het wettelijk kader

    2.1.1. Op grond van artikel 4, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmo) treft het college van burgemeester en wethouders ter compensatie van de beperkingen die een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6, ondervindt in zijn zelfredzaamheid en zijn maatschappelijke participatie, voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning die hem in staat stellen:

    1. een huishouden te voeren;

    2. zich te verplaatsen in en om de woning;

    3. zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel;

    4. medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan.

      Ingevolge het tweede lid van artikel 4 van de Wmo houdt het college van burgemeester en wethouders bij het bepalen van de voorzieningen rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, waaronder verandering van woning in verband met wijziging van leefsituatie, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien.

      Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Wmo stelt de gemeenteraad bij verordening en met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet regels over de door het college van burgemeester en wethouders te verlenen individuele voorzieningen en over de voorwaarden waaronder personen die een aanspraak hebben op dergelijke voorzieningen recht hebben op het ontvangen van die voorziening in natura, het ontvangen van een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.

      Ingevolge artikel 26, eerste lid, van de Wmo vermeldt de motivering van een beschikking op een aanvraag om een individuele voorziening op welke wijze de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT