Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Oost-Nederland, 29 maart 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:29 maart 2013
Uitgevende instantie::Rechtbank Oost-Nederland
SAMENVATTING

Studiefinanciering m.i.v. 1-4-2012 herzien naar de norm voor een thuiswonende student. Tekst van artikel 1.1 en 1.5 van de Wsf 2000 sedert 10-12-2011. Bevindingen onderzoek bieden onvoldoende feitelijke grondslag voor besluit tot herziening.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK OOST-NEDERLAND

Team bestuursrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Reg.nr.: 12/1350 WSFBSF

Uitspraak in het geding tussen:

[eiser]

te [woonplaats],

eiser,

en

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

verweerder.

  1. Procesverloop

    Bij besluit van 23 juni 2012 (Bericht studiefinanciering 2012, nr. 4) heeft verweerder eisers recht op studiefinanciering met ingang van 1 april 2012 herzien, omdat hij per die datum als een thuiswonende studerende moet worden aangemerkt. Als gevolg hiervan heeft eiser een bedrag van € 571,62 te veel aan studiefinanciering ontvangen.

    Bij besluit van 29 juni 2012 heeft verweerder eiser een boete van € 190,54 opgelegd omdat hij niet voldoet aan de voorwaarde van feitelijke bewoning op het adres waaronder hij in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) staat ingeschreven.

    Bij besluit van 31 juli 2012 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder de daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

    Eiser heeft beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingezonden.

    Het beroep is behandeld ter zitting van 22 november 2012, waar eiser is verschenen, bijgestaan door mr. T.P. Boer. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. E.H.A. van den Berg.

  2. Overwegingen

    2.1 De rechtbank gaat uit van de navolgende wet- en regelgeving, zoals dit luidt vanaf 10 december 2011.

    In artikel 1.1, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (hierna: Wsf 2000) is, voor zover van belang, bepaald dat in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder thuiswonende studerende wordt verstaan: studerende die niet een uitwonende studerende is. Onder uitwonende studerende wordt verstaan: studerende die voldoet aan de verplichtingen bedoeld in artikel 1.5.

    In artikel 1.5, eerste lid, van de Wsf 2000 is bepaald dat voor het normbedrag voor een uitwonende studerende in aanmerking komt, de studerende die voldoet aan de volgende verplichtingen:

    1. de studerende woont op het adres waaronder hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven, en

    2. het woonadres van de studerende is niet het adres waaronder zijn ouders of een van hen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens staat of staan ingeschreven.

    Ingevolge artikel 7.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wsf 2000 kan de Minister een beschikking waarbij studiefinanciering is toegekend herzien.

    Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder a, vindt - voor zover thans van belang - herziening plaats op grond van het feit dat een beschikking is genomen waarvan de studerende of de debiteur onderscheidenlijk zijn ouder wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat deze onjuist was,

    Ingevolge het tweede lid, aanhef en onder c, vindt - voor zover thans van belang - herziening plaats op grond van het feit dat te veel of te weinig studiefinanciering is toegekend op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens anders dan bedoeld onder a.

    In het derde lid van artikel 7.1, van de Wsf 2000, is bepaald dat een herziening als bedoeld in het tweede lid de onderdelen a, b, c, voor zover het betreft de vorm van de studiefinanciering, e of f, slechts, behoudens het geval van bedrog, kan geschieden binnen 5 jaren na het einde van het desbetreffende studiefinancieringstijdvak, het kalenderjaar waarvoor de termijn is vastgesteld of het kalenderjaar waarvoor de draagkracht van de debiteur is vastgesteld. Behoudens in geval van bedrog, kan een herziening als bedoeld in het tweede lid onder c, voor zover het betreft de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage, slechts geschieden binnen 3 jaren na het einde van het desbetreffende...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT