Eerste aanleg - enkelvoudig van Centrale Raad van Beroep, 11 april 2013

Datum uitspraak:11 april 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing herhaalde aanvraag WUV- en WUBO-uitkering. Geen nieuwe feiten of gegevens naar voren gebracht die aanleiding zouden moeten geven de eerdere besluiten te herzien. Dat in historische zin de gebeurtenissen aannemelijk zijn, is onvoldoende om te kunnen vaststellen wat appellant zelf (lijfelijk) heeft meegemaakt, dan wel te kunnen oordelen dat hij heeft verkeerd in levensbedreigende... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/2166 WUBO, 12/2168 WUV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[appellant] (appellant)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft S. Vermeer RA beroep ingesteld tegen besluiten van 5 maart 2012, kenmerk BZ01351594 en respectievelijk kenmerk BZ01351592. Deze besluiten betreffen de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), verder: bestreden besluit 1, respectievelijk de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) verder: bestreden besluit 2.

Verweerder heeft verweerschriften ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door Vermeer. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

  1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Appellant, geboren in 1943 in het toenmalige Nederlands-Indië, heeft in 1995 bij verweerder een aanvraag ingediend om op grond van de Wubo dan wel de Wuv in aanmerking te worden gebracht voor onder meer een periodieke uitkering.

    1.2.1. Verweerder heeft de Wuv-aanvraag afgewezen bij besluit van 22 november 1995 op de grond dat niet is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat appellant vrijheidsberoving in de zin van de Wuv heeft ondergaan. Tegen dat besluit is geen bezwaar gemaakt.

    1.2.2. De Wubo-aanvraag is door verweerder afgewezen bij besluit van 29 november 1995 en die afwijzing is na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het besluit van 30 september 1996 op de grond dat niet is gebleken dat appellant oorlogsgeweld in de zin van de Wubo heeft ondergaan. Het tegen het besluit van 30 september 1996 ingestelde beroep is door de Raad bij uitspraak van 4 juni 1998 (nummer 97/1100 WUBO) ongegrond verklaard. Daartoe is, kort gezegd, overwogen dat de aanvraag hoofdzakelijk steunt op ervaringen die als algemene oorlogsomstandigheden moeten worden aangemerkt en dat de poging van fanatieke pemuda’s om het huis binnen te dringen, hetgeen werd verijdeld door de (Javaanse) grootmoeder, terecht niet is aangemerkt als een gebeurtenis in de zin van de Wubo.

    1.3. In december 2010 heeft appellant opnieuw verzocht om (financiële) aanspraken op grond van de Wubo of Wuv. Daarbij heeft hij verwezen naar een verklaring van zijn broer [naam broer]. Verweerder heeft de Wubo-aanvraag afgewezen bij besluit...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT