Eerste aanleg - enkelvoudig van Centrale Raad van Beroep, 11 april 2013

Datum uitspraak:11 april 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing herhaalde aanvraag om een WUV-uitkering. Geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die aan verweerder bij het nemen van het eerdere besluit niet bekend waren en die dat besluit in een zodanig nieuw licht plaatsen dat verweerder daarin aanleiding had moeten vinden om tot herziening over te gaan.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/5274 WUV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen:

Partijen:

[appellante] te Indonesië (appellante)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 3 juli 2012, kenmerk BZ01442964 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 februari 2013. Appellante is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

  1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Appellante heeft in 2008 een aanvraag ingediend om een periodieke uitkering en voorzieningen krachtens de Wuv. Bij besluit van 7 september 2009 is deze aanvraag afgewezen op de grond dat appellante niet kan worden aangemerkt als vervolgde in de zin van de wet. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. In de bezwaarfase is verweerder tot de conclusie gekomen dat het overlijden van de vader van appellante het gevolg was van vervolging. Verweerder heeft daarom onderzocht of appellante met een vervolgde gelijk kan worden gesteld. Uitkomst van dat onderzoek was dat de medische klachten van appellante, bestaande uit psychische klachten en duizeligheid, niet met het overlijden van haar vader in verband kunnen worden gebracht. Het bezwaar is vervolgens, op 12 oktober 2010, ongegrond verklaard. Appellante heeft tegen dit besluit geen beroep ingesteld.

    1.2. Op 20 juli 2011 heeft appellante een hernieuwde aanvraag om een periodieke uitkering krachtens de Wuv ingediend. Op 22 november 2011 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Dit besluit is bij het bestreden besluit gehandhaafd.

  2. De Raad overweegt het volgende.

    2.1. Op grond van artikel 61, tweede lid, van de Wuv is verweerder bevoegd op daartoe door de belanghebbende gedane aanvraag een door hem gegeven beschikking in het voordeel van de bij die beschikking betrokkene te herzien. Verweerder heeft de herhaalde aanvraag van appellante terecht als een verzoek om toepassing van deze bepaling opgevat, nu daarmee is beoogd dat verweerder het eerder ingenomen standpunt inzake erkenning als, dan wel gelijkstelling met een vervolgde in het voordeel van appellante zou wijzigen.

    2.2. Gelet op het karakter van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT