Eerste aanleg - enkelvoudig van Raad van State, 19 juni 2013

Uitgevende instantie::Raad van State
Datum uitspraak:19 juni 2013
SAMENVATTING

Bij besluiten van 10 augustus 2010 en 11 augustus 2010 heeft het college twee lasten onder dwangsom opgelegd aan Excluton Beheer B.V. wegens het zonder de daarvoor ingevolge artikel 8.1 van de Wet milieubeheer vereiste vergunning plaatsen van stoominstallaties in een inrichting aan de Waalbandijk 155 te Druten.

 
GRATIS UITTREKSEL

201205948/1/A4.

Datum uitspraak: 19 juni 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Excluton B.V. en Excluton Beheer B.V., beide gevestigd te Druten,

appellanten,

en

het college van gedeputeerde staten van Gelderland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 10 augustus 2010 en 11 augustus 2010 heeft het college twee lasten onder dwangsom opgelegd aan Excluton Beheer B.V. wegens het zonder de daarvoor ingevolge artikel 8.1 van de Wet milieubeheer vereiste vergunning plaatsen van stoominstallaties in een inrichting aan de Waalbandijk 155 te Druten.

Bij besluit van 12 oktober 2011 heeft het college het door Excluton Beheer B.V. gemaakte bezwaar tegen het besluit van 10 augustus 2010 ongegrond verklaard en haar bezwaar tegen het besluit van 11 augustus 2010 gegrond verklaard, en de door Excluton B.V. tegen deze besluiten gemaakte bezwaren niet-ontvankelijk verklaard.

Bij besluit van 15 november 2011 heeft het college besloten tot invordering van op grond van de bij besluit van 10 augustus 2010 opgelegde last verbeurde dwangsommen.

Tegen het besluit van 12 oktober 2011 hebben Excluton B.V. en Excluton Beheer B.V. beroep ingesteld bij de rechtbank Arnhem.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft zich bij uitspraak van 12 juni 2012 in zaak nr. 11/4921 onbevoegd verklaard en het beroep doorgezonden naar de Afdeling.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 maart 2013, waar Excluton B.V. en Excluton Beheer B.V., vertegenwoordigd door mr. R. Benhadi, advocaat te Nijmegen, en het college, vertegenwoordigd door mr. A.Th. Stapelkamp en mr. T.W.M. Bot, beiden werkzaam bij de provincie, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is een aantal andere wetten gewijzigd. Uit het overgangsrecht, zoals dat is opgenomen in artikel 1.6, eerste lid, van de Invoeringswet Wabo, volgt dat de wetswijzigingen niet van toepassing zijn op dit geding, omdat de besluiten tot oplegging van lasten onder dwangsom voor de inwerkingtreding van de Wabo zijn genomen. In deze uitspraak worden dan ook de wetten aangehaald, zoals zij luidden voordat zij bij invoering van de Wabo werden gewijzigd.

Beroep Excluton B.V.

2. Excluton B.V. betoogt dat het college ten onrechte heeft geoordeeld dat haar bezwaren niet-ontvankelijk zijn omdat zij geen belanghebbende is bij de besluiten waarbij aan Excluton Beheer B.V. lasten onder dwangsom zijn opgelegd. Daartoe stelt zij zich, onder verwijzing naar de uitspraak van de voorzitter van de Afdeling van 14 april 2004 in zaak nrs. 200401463/1 en 200401463/2, op het standpunt dat zij belanghebbende is bij de aan Excluton Beheer B.V. opgelegde lasten omdat - naar de Afdeling begrijpt - Excluton Beheer B.V. bestuurder en aandeelhouder is van Excluton B.V.

2.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens...

Om verder te lezen

PROBEER HET GRATIS UIT