Voorlopige voorziening van Centrale Raad van Beroep, 23 april 2013

Datum uitspraak:23 april 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening. Kortsluiting. Beëindiging AIO-aanvulling omdat verzoekster vanaf 1 maart 2011 in Indonesië verblijft, niet langer over een eigen woonruimte in Nederland beschikt en niet langer in een Nederlandse gemeente ingeschreven staat. Het territorialiteitsbeginsel sluit een belanghebbende die woonplaats heeft buiten Nederland uit van het recht op bijstand. Geen... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/6278 WWB-VV, 12/5924 WWB

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:84, tweede lid, en 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats], Indonesië (verzoekster)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank te Amstelveen (Svb)

Datum uitspraak: 23 april 2013

PROCESVERLOOP

Namens verzoekster heeft mr. A. de Bijl hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 7 september 2012, 12/3944 en 12/3945 (aangevallen uitspraak) en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Verzoekster heeft aanvullende stukken ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2013. Verzoekster is vertegenwoordigd door R. [T.]. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.

OVERWEGINGEN

  1. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Verzoekster ontvangt een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Vanaf 1 juli 2009 ontving zij op haar pensioen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) op grond van artikel 47a van de Wet werk en bijstand (WWB).

    1.2. Verzoekster is op 1 maart 2011 voor vakantie naar Indonesië vertrokken. Zij heeft daar naar haar zeggen gezondheidsklachten gekregen. Zij heeft vervolgens toestemming van de Svb gekregen om tot 1 november 2011 in Indonesië te verblijven. Bij besluit van 15 maart 2012 heeft de Svb de AIO-aanvulling met ingang van 1 november 2011 beëindigd op de grond dat verzoekster vanaf 1 maart 2011 in Indonesië verblijft, niet langer over een eigen woonruimte in Nederland beschikt en niet langer in een Nederlandse gemeente ingeschreven staat.

    1.3. Bij besluit van 19 juli 2012 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 15 maart 2012 ongegrond verklaard.

  2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

  3. Verzoekster heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Zij heeft, samengevat, aangevoerd dat vanwege haar medische gezondheidstoestand sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB, op grond waarvan zij haar aanspraken op AIO-aanvulling met ingang van 1 november 2011 heeft behouden. Zij heeft ter onderbouwing een medische verklaring van de behandelende arts van de Klinik Mitra Medika van 12 juni 2012 overgelegd, inhoudende dat zij aan hoge bloeddruk, diabetes, hoog cholesterolgehalte en angst- en slaapstoornissen lijdt. Zij heeft multidisciplinaire behandeling nodig en mag zich door haar gezondheidstoestand fysiek niet belasten en niet vliegen. Verzoekster heeft geen voldoende gelden meer voor de noodzakelijke medische behandeling...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT