Besluit van 11 november 2020 tot wijziging van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019 in verband met vaststelling van een nieuwe procentuele verdeling van de kosten van het doorlopend toezicht van de Autoriteit Financiële Markten

Besluit van 11 november 2020 tot wijziging van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019 in verband met vaststelling van een nieuwe procentuele verdeling van de kosten van het doorlopend toezicht van de Autoriteit Financiële Markten

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Financiën, gedaan mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 19 oktober 2020, 2000-0000200518, directie Financiële Markten; Gelet op artikel 15, derde en vierde lid, van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 28 oktober 2020, nr. W06.20.0377/III); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën, uitgebracht mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 6 november 2020, 2020-0000213010, directie Financiële Markten; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019 wordt als volgt gewijzigd:ABijlage 1, onderdeel A, komt te luiden:A. Toezichtcategorieën en procentuele verdeling

Toezichtcategorie

Percentage (in %)

Aanbieders van krediet

4,7

Accountantsorganisaties

12,5

Adviseurs en bemiddelaars

14

Afwikkelondernemingen, betaalinstellingen

en elektronischgeldinstellingen

0,1

Banken en clearinginstellingen

19,5

Beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s alsmede bewaarders alsmede aanbieders van beleggingsobjecten alsmede beleggingsondernemingen niet voor eigen rekening (exclusief exploitanten van een MTF of een georganiseerde handelsfaciliteit)

17,1

Beleggingsondernemingen voor eigen rekening

1,5

Centrale effectenbewaarinstellingen

0,4

Centrale tegenpartijen

0,3

Effectenuitgevende instellingen: markt

7,4

Effectenuitgevende instellingen: verslaggeving

4,5

Financiële infrastructuur: marktexploitanten, exploitanten van een MTF, OTF of een georganiseerde handelsfaciliteit, datarapporteringsdienstverleners, beheerders van benchmarks en securitisatiepartijen

4,8

Pensioenfondsen en premiepensioeninstellingen

3,5

Verzekeraars: leven en pensioen

7,2

Verzekeraars: schade niet zijnde zorg

2,2

Verzekeraars: zorg

0,4BIn bijlage 1, onderdeel B, wordt in onderdeel 7 in de kolom «maatstaven» «Het aantal transacties» vervangen door «Minimum omvang toetsingsvermogen». CIn bijlage 2, onderdeel B, komt in onderdeel 4 de kolom «maatstaven» te luiden:a. Vergunning en type betaaldienst b. Minimum omvang toetsingsvermogen c. Bruto provisie-inkomsten: de totale omzet van de provisies en vergoedingen voor het verrichten van betalingen en andere daarmee houdende opbrengsten uit hoofde van de vergunningplichtige betaaldienstverlening

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 11 november 2020Willem-AlexanderDe Minister van Financiën, W.B. HoekstraDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

Uitgegeven de vierentwintigste november 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

  1. Inleiding

    Met ingang van 1 januari 2019 is de verdeling van de toezichtkosten van de Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) herzien. Gedurende het vaststellen van de nieuwe verdeling werd duidelijk dat de AFM aanvullende middelen nodig had vanwege uitbreiding van haar toezicht door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Dit vertrek leidt ertoe dat een groot deel van de handel in financiële instrumenten zich naar Nederland verplaatst. Het kostenkader voor de AFM werd voor de jaren 2019 en 2020 opgehoogd.1 Uitgangspunt bij de verdeling van de toezichtkosten onder de verschillende categorieën instellingen is dat deze zoveel mogelijk moet aansluiten bij de toezichtinspanningen met betrekking tot die categorieën. Aangezien de voorziene extra kosten zagen op enkele specifieke toezichtcategorieën was het noodzakelijk om de procentuele verdeling aan te passen zodat de kostenverdeling in overeenstemming is met de toezichtinspanningen. Vooral het percentage van de categorie Financiële infrastructuur is opgehoogd omdat daar de grootste toename in het aantal partijen was en hiervoor investeringen noodzakelijk waren.

    De middelen voor 2019 en 2020 betroffen incidentele middelen. Een deel van deze kosten waren investeringen en een deel zag op extra toezichthouders. De investingen waren eenmalig en zijn vanaf 2021 niet meer aan de orde...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT