Uitspraak Nº 13/846045-18. Rechtbank Amsterdam, 2020-02-26

Datum uitspraak:2020/02/26
Uitgevende instantie::Rechtbank Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13-846045-18

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-846045-18

Datum uitspraak: 26 februari 2020

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige economische strafkamer, in de zaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1996,

wonende op het adres [adres]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 februari 2020. Verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. N. Huisman en van wat verdachte en zijn raadsman mr. C.J. Nierop naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging
2.1

Verdachte wordt er – kort gezegd – van beschuldigd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan

  1. het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik in Almere;

  2. het samen met een ander voorhanden hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk voor particulier gebruik in Muiden dan wel het ter beschikking stellen van dit vuurwerk aan een ander;

  3. het in Almere voorhanden hebben van een grote hoeveelheid vuurwerk op een plaats die niet geschikt is voor het opslaan van dat vuurwerk;

  4. het in Muiden voorhanden hebben van een grote hoeveelheid vuurwerk op een plaats die niet geschikt is voor het opslaan van dat vuurwerk;

  5. het voorbereiden dan wel bevorderen van handelingen met betrekking tot vuurwerk.

2.2.

De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Waardering van het bewijs
3.1

Aanleiding van het onderzoek

Bij de politie komt een melding binnen dat iemand illegaal vuurwerk aanbiedt op Facebook. In de printscreen van de advertentie stond onder meer dat er nitraten te koop werden aangeboden. Hierbij stonden de prijzen vermeld en hoe je het vuurwerk kon bestellen via Snapchat en Telegram. Er is vervolgens een pseudokoop opgestart door de politie. Hierbij is opdracht gegeven tot de aankoop van een hoeveelheid vuurwerk via Telegram, via de aanbieder [aanbieder] . Deze aanbieder is gekoppeld aan het telefoonnummer eindigend op * [telefoonnummer] , dat na onderzoek op naam blijkt te staan van verdachte.

Op 27 december 2018 start een verbalisant een chat met [aanbieder] met de vraag of hij nog beschikt over het aangeboden vuurwerk. Deze verbalisant bestelt drie kartonnen. Ze spreken af voor dezelfde datum om 19.00 uur bij het WTC Almere. [aanbieder] stuurt een bericht: “App maar * [telefoonnummer] ”.

Om ongeveer 19.00 uur parkeren verbalisanten tegenover een zwarte Opel Corsa, waarin twee personen zitten. Deze personen tillen drie dozen uit de kofferbak van de Opel en zetten die op de achterbank van het voertuig waarmee verbalisanten zijn gekomen. Vervolgens arriveert de ondersteuningsgroep, waarna de twee personen wegrennen. Na een achtervolging wordt verdachte aangehouden.

De drie dozen vuurwerk worden in beslag genomen. In de woning van verdachte wordt vervolgens 45,6 kg (illegaal) vuurwerk in beslag genomen. Er is onderzoek gedaan naar het Facebookaccount van verdachte. Er wordt daarin een berichtenwisseling aangetroffen tussen verdachte en zijn nicht [medeverdachte] (hierna: medeverdachte). In deze berichten wordt gesproken over het bewaren van vuurwerk bij medeverdachte, die in [woonplaats] woont. In de schuur van medeverdachte wordt 215 kg illegaal vuurwerk in beslag genomen.

3.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt dat op grond van de zich in het dossier bevindende stukken bewezen kan worden verklaard dat verdachte

  • -

    op 27 december 2018 in Almere een hoeveelheid knalvuurwerk voorhanden heeft gehad (feit 1 primair),

  • -

    in de periode van 18 september 2018 tot en met 30 december 2018 in Muiden samen met medeverdachte 215 kilogram knalvuurwerk voorhanden heeft gehad (feit 2 primair),

  • -

    op 27 december 2018 in Almere vuurwerk voorhanden heeft gehad in een woning en in een auto, zijnde locaties die niet geschikt zijn voor het opslaan van vuurwerk (feit 3);

  • -

    op 29 december 2018 tot en met 30 december 2018 in Muiden 215 kilogram vuurwerk in een schuur voorhanden heeft gehad, zijnde een locatie die niet geschikt is voor het opslaan van vuurwerk (feit 4) en

  • -

    op tijdstippen in de periode van 22 november 2016 tot en met 21 december 2018 voorbereidingshandelingen heeft verricht met betrekking tot de verkoop van vuurwerk (feit 5).

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft op basis van de hierna opgenomen bewijsverweren vrijspraak bepleit van de feiten 1 primair en subsidiair, 2 primair, subsidiair en meer subsidiair, 3 en 4.

Subsidiair heeft hij aangevoerd dat, mocht de rechtbank de bewijsverweren niet volgen, verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van feit 1 primair en 2 primair. Ook dient verdachte ontslagen te worden van alle rechtsvervolging ter zake van feit 5, omdat artikel 1.2.2 lid 5 Vuurwerkbesluit (Vwb) onverbindend is.

Bewijsverweren

Ten aanzien van feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 2 subsidiair, feit 4:

i. Niet vastgesteld kan worden dat het vuurwerkonderzoek ziet op het in Almere respectievelijk Muiden in beslag genomen vuurwerk

De raadsman voert aan dat de in de tenlastelegging opgenomen hoeveelheid vuurwerk is overgenomen uit het rapport van pagina 170/179 van het strafdossier. Dit rapport ziet op 215 kilogram vuurwerk dat is aangetroffen in Muiden. In dit vuurwerkrapport wordt verwezen naar het BHV-nummer, dat gelijk is aan het algemene PV-nummer 2018368347 dat ziet op het gehele opsporingsonderzoek. Op de onderzochte partij staat een label met een streepjescode, het algemene PV-nummer en volgnummer A. De streepjescode en het volgnummer zijn niet ter herleiden naar het in Muiden in beslaggenomen vuurwerk. De streepjescode en het algemene PV-nummer met volgnummer A staan niet op de kennisgeving van inbeslagneming (KVI) van de partij die in Muiden in beslag is genomen. Ook staat in de KVI geen referentienummer dat gekoppeld is aan het beslag. Er kan daarom niet worden vastgesteld dat het ten laste gelegde vuurwerk en het vuurwerk waarover in het rapport op p. 170/179 gesproken wordt is aangetroffen in Muiden. Nu niet kan worden vastgesteld waar het ten laste gelegde vuurwerk is aangetroffen en evenmin of het aangetroffen vuurwerk hetzelfde vuurwerk is dat is onderzocht, moet verdachte van dit feit worden vrijgesproken.

Het vorderen van de wachtwoorden is in strijd met het nemo tenetur-beginsel, zodat de resultaten van de onderzoeken verricht met behulp van de verkregen wachtwoorden, van het bewijs moeten worden uitgesloten

De tussen verdachte en medeverdachte gevoerde Facebookconversatie is onrechtmatig verkregen en mag niet voor het bewijs worden gebruikt op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De raadsman voert hiertoe aan dat van verdachte zijn wachtwoorden van zijn laptop en telefoon zijn gevorderd op grond van artikel 24a van de Wet op de economische delicten (WED) en dat hem is gezegd dat het niet voldoen aan de vordering een misdrijf is. Hierop zijn de wachtwoorden van de sociale media accounts van verdachte gevraagd, waarna verdachte toegang heeft gegeven tot zijn laptop, smartphone en sociale media-accounts. De raadsman is van mening dat de vordering op grond van artikel 24a WED in strijd is met het door artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) beschermde nemo tenetur-beginsel omdat:

  • -

    het gaat om wilsafhankelijk materiaal (een wachtwoord dat door verdachte is bedacht is wilsafhankelijk);

  • -

    het materiaal dat door de vordering is verkregen een centrale plaats in de onderbouwing van de verdenking inneemt;

  • -

    op het niet voldoen aan de vordering een strafbedreiging van meer dan zes maanden staat;

  • -

    het gaat om privacygevoelig materiaal.

De vordering voor het verstrekken van wachtwoorden voor laptop, smartphone en sociale media accounts is daarom onrechtmatig gegeven, hetgeen een onherstelbaar vormverzuim is. Hierdoor is verdachte in zijn belangen geschaad. Hij heeft immers moeten meewerken aan zijn eigen veroordeling. Hierop heeft uitsluiting te volgen van de informatie die is verkregen naar aanleiding van de onrechtmatige vordering, te weten:

  • -

    het proces-verbaal met bijlagen van het onderzoek naar de laptop,

  • -

    het proces-verbaal met bijlagen van het onderzoek naar de sociale media accounts,

  • -

    het proces-verbaal binnentreden bij medeverdachte,

  • -

    het verhoor van medeverdachte waarbij zij wordt geconfronteerd met de in strijd met het nemo tenetur-beginsel verkregen informatie en

  • -

    alle overige informatie die is verkregen als gevolg van de verkregen wachtwoorden.

Bewijsuitsluiting verklaring medeverdachte in verband met de Vidgen-rechtspraak

Medeverdachte heeft in haar verklaring verdachte gelinkt aan het vuurwerk dat in haar schuur is aangetroffen. De verdediging heeft verzocht medeverdachte te horen. Omdat zij zich op haar verschoningsrecht heeft beroepen is er geen behoorlijke en effectieve ondervragingsgelegenheid geweest. Ook ter terechtzitting heeft de verdediging medeverdachte niet kunnen horen, omdat zij zich wederom op haar verschoningsrecht beriep. Indien de verdediging wordt gevolgd in het verweer met betrekking tot het onrechtmatig verkregen bewijs en uitsluiting daarvan volgt, is de verklaring van medeverdachte van beslissende betekenis. Er is echter geen compensatie geboden. De verklaring van medeverdachte dient daarom (eveneens) uitgesloten te worden van het bewijs. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van de feiten...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT