Uitspraak Nº 17-6022 AOW. Centrale Raad van Beroep, 2020-04-30

Datum uitspraak:30 april 2020
 
GRATIS UITTREKSEL

17/6022 AOW

Datum uitspraak: 30 april 2020

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

1 augustus 2017, 16/7992 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. C.A.J. de Roy van Zuydewijn, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Mr. De Roy van Zuydewijn heeft nog enkele malen nadere stukken ingezonden.

In een brief van 1 juli 2019 heeft de Svb laten weten in deze nadere stukken geen aanleiding te zien tot een ander standpunt te komen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 augustus 2019. Namens appellante is mr. De Roy van Zuydewijn verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. A. van der Weerd.

Het onderzoek ter zitting is geschorst. Het geding is verwezen naar de meervoudige kamer.

Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 9 januari 2020. Namens appellante is mr. De Roy van Zuydewijn verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. van der Weerd. Ter zitting is het onderzoek opnieuw geschorst, om F. [Y] in de gelegenheid te stellen desgewenst aan het geding deel te nemen. Zij heeft niet gemeld als partij deel te willen nemen.

Partijen hebben desgevraagd niet verklaard gebruik te willen maken van het recht om nogmaals op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.Appellante is gehuwd geweest met [naam partner] ( [partner] ), die is geboren in 1927 en is overleden [in] 2015. [partner] heeft vanaf 1992 een ouderdomspensioen met toeslag op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) ontvangen. Hierbij is aangenomen dat [X] de eerste echtgenote was van [partner] en appellante de tweede. In september 2015 heeft de Svb via de Nederlandse ambassade in Rabat een door de Caisse Nationale de Sécurité Sociale (CNSS) ingevuld aanvraagformulier van appellante voor een aanvraag om een ouderdomspensioen ontvangen, gedateerd 14 april 2015.

1.2.

Met een besluit van 3 maart 2016 is aan appellante een ouderdomspensioen op grond van de AOW toegekend met ingang van 1 april 2014. Namens appellante is bezwaar gemaakt tegen de ingangsdatum van het ouderdomspensioen. Appellante stelt dat zij vanaf 2013 recht heeft op een ouderdomspensioen, omdat zij in dat jaar de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Ook stelt appellante dat zij de eerste echtgenote is van [partner] . Tot slot geeft zij aan al in 2012 een aanvraag voor een ouderdomspensioen te hebben...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT