Wet precursoren voor explosieven

Abbreviated label:Geen
Court:Veiligheid en Justitie

Geldend van 28-07-2018 t/m heden

Wet van 25 mei 2016, houdende regels met betrekking tot het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven (Wet precursoren voor explosieven)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013, over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven (PbEU 2013, L 39) bij de wet regels te stellen ten aanzien van het aanbieden, binnenbrengen, voorhanden hebben en gebruiken van stoffen of mengsels die kunnen worden misbruikt voor de illegale vervaardiging van explosieven, ten aanzien van vergunningverlening aan particulieren daaromtrent alsmede ten aanzien van het toezicht op de naleving en de handhaving van de bepalingen van de verordening;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. aanbieden: aanbieden als bedoeld in artikel 3, punt vier, van de verordening;

  • b. binnenbrengen: binnenbrengen als bedoeld in artikel 3, punt vijf, van de verordening;

  • c. gebruik: gebruik als bedoeld in artikel 3, punt zes, van de verordening;

  • d. marktdeelnemer: marktdeelnemer als bedoeld in artikel 3, punt negen, van de verordening;

  • e. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;

  • f. particulier: een particulier als bedoeld in artikel 3, punt zeven, van de verordening;

  • g. persoonsgegevens, verwerking van persoonsgegevens, onderscheidenlijk verwerkingsverantwoordelijke: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4, aanhef en onder 1, 2 en 7, van de Algemene verordening gegevensbescherming;

  • h. precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt: een precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt als bedoeld in artikel 3, punt tien, van de verordening, alsmede een krachtens artikel 2, tweede lid, daartoe aangewezen precursor voor explosieven;

  • i. precursor voor explosieven waarvoor een meldplicht geldt: precursor voor explosieven waarvoor een meldplicht geldt als bedoeld in artikel 9, eerste, derde en vierde lid, van de verordening, alsmede een krachtens artikel 2, tweede lid, daartoe aangewezen precursor voor explosieven;

  • j. verdachte transactie: verdachte transactie als bedoeld in artikel 3, punt acht, van de verordening;

  • k. de verordening: de verordening (EU) nr. 98/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 over het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven (PbEU 2013, L 39).

Artikel 2
  • 1 Deze wet is van toepassing op precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt en precursoren voor explosieven waarvoor een meldplicht geldt.

  • 2 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt en precursoren voor explosieven waarvoor een meldplicht geldt worden aangewezen die, in aanvulling op de stoffen bedoeld in de bijlagen I en II behorende bij de verordening, vallen onder de werking van deze wet. Daarbij kunnen lagere grenswaarden worden vastgesteld dan de grenswaarden voor de stoffen die zijn vermeld in de bijlage I behorende bij de verordening en kunnen maximumconcentraties worden vastgesteld voor de stoffen die zijn vermeld in de bijlage II behorende bij de verordening.

Artikel 3
  • 1 Het is verboden precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt aan te bieden aan een particulier.

  • 2 Het is een particulier verboden precursoren voor explosieven waarvoor een beperking geldt binnen te brengen op het grondgebied van Nederland, in bezit te houden of te gebruiken.

  • 3 De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing indien de particulier over een vergunning beschikt.

Artikel 4
  • 1 Onze Minister is bevoegd een vergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid, te verlenen, te weigeren, te schorsen, in te trekken en daaraan voorschriften te verbinden.

  • 2 De vergunning is niet overdraagbaar.

  • 3 De vergunning wordt voor de duur van maximaal twee jaar verleend.

  • 4 Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden met betrekking tot:

    • a. het gebruik van de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt;

    • b. te nemen veiligheidsmaatregelen voor onder meer vervoer, opslag en gebruik van de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt, onder meer ter voorkoming van gebruik door anderen dan de aanvrager;

    • c. te nemen maatregelen bij verdwijning of diefstal van de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt; of

    • d. de door de aanvrager te bewaren gegevens en bescheiden van de aankoop van de precursor voor explosieven waarvoor een beperking geldt.

  • 5 Het is verboden te handelen in strijd met de voorschriften, bedoeld in het vierde lid.

  • 6 Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen modellen worden vastgesteld van de vergunning alsmede van andere ter uitvoering van de wet te gebruiken bescheiden.

Artikel 5
  • 1 Naast de gegevens, bedoeld in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht, worden bij de aanvraag ten minste verstrekt:

    • a. het telefoonnummer van de aanvrager;

    • b. zijn e-mailadres;

    • c. het nummer van zijn identiteitsbewijs;

    • d. ...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT