Besluit van 12 oktober 2017, houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie, het Besluit beheer politie, het Besluit financieel beheer politie en het Besluit verdeling sterkte en middelen politie in verband met de inbedding van de Politieacademie in het nieuwe politiebestel

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 12 oktober 2017, houdende wijziging van het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie, het Besluit beheer politie, het Besluit financieel beheer politie en het Besluit verdeling sterkte en middelen politie in verband met de inbedding van de Politieacademie in het nieuwe politiebestel

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Financiën op 19 mei 2017, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 2078390; Gelet op de artikelen 25, eerste lid, onder b en c, 30, eerste en tweede lid, en 36, tweede lid, van de Politiewet 2012 en artikel 45 van de Comptabiliteitswet 2001; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 21 juni 2017, nr. W03.17.0137/II); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 10 oktober 2017, nr. 2129967, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Financiën; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

In de A1-lijst, onder het opschrift «Ministerie van Veiligheid en Justitie», behorende bij het Aanwijzingsbesluit rechtspersonen met een beperkte kasbeheerfunctie wordt «Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, Politie onderwijs- en kenniscentrum (LSOP/Politieacademie)» vervangen door: Politieacademie.

ARTIKEL II

Het Besluit beheer politie wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 3, derde lid, onder i, komt te luiden: i. de Dienst bedrijfsvoering landelijke eenheid. B In artikel 11, aanhef, wordt «heef» vervangen door: heeft. C Na artikel 43 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 43

a.

  1. Er is een ondersteunende dienst, genaamd: Ondersteunende dienst Politieacademie. 2. De Ondersteunende dienst Politieacademie heeft tot taak het ter beschikking stellen van personeel aan de Politieacademie. D Na artikel 45 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 45

a.

  1. De korpschef stelt de directeur van de Politieacademie jaarlijks uiterlijk op 1 maart in kennis van de behoefte van de politie aan politieonderwijs en werkzaamheden als bedoeld in artikel 75 van de Politiewet 2012 voor het komende begrotingsjaar en de vier daaropvolgende jaren. 2. De inkennisstelling, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval de aantallen, typen en niveaus van opleidingen waar de politie behoefte aan heeft. De inkennisstelling is mede gebaseerd op het personeelsbeleid, de landelijke en lokale beleidsprioriteiten, resultaatverplichtingen van de politie en de regels in het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder ii, van het Besluit algemene rechtspositie politie. E Artikel 46 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid, onderdeel a, vervalt: en de bezetting. 2. In het eerste lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma een onderdeel ingevoegd, luidende: e. een meerjarenraming van de behoefte aan politieonderwijs, onderzoek en kennis voor de vier op het begrotingsjaar volgende jaren. 3. Onder vernummering van het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. In het beheersplan worden de in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, genoemde onderwerpen inzichtelijk gemaakt ten aanzien van de sterkte die feitelijk ter beschikking wordt gesteld aan de Politieacademie. F Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt «een 3-maands-, een 6-maands-, 9-maands- en een 12-maandsmanagementrapportage» vervangen door «een 4-maands-, een 8-maands- en een 12-maandsmanagementrapportage» en wordt «1 mei, 1 augustus, 1 november en 1 februari» vervangen door: 1 juni, 1 oktober en 1 februari. 2. In het tweede lid worden onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma twee onderdelen ingevoegd, luidende: c. de sterkte die en het materieel dat feitelijk ter beschikking is gesteld aan de Politieacademie; d. de sterkte die feitelijk ter beschikking is gesteld aan de politieonderwijsraad.

ARTIKEL III

Het Besluit financieel beheer politie wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt «een 3-maands-, een 6-maands-, 9-maands- en een 12-maandsmanagementrapportage» vervangen door: een 4-maands, een 8-maands- en een 12-maandsmanagementrapportage. 2. Het tweede lid komt te luiden: 2. De 4-maands-, de 8-maands- en de 12-maandsmanagementrapportage worden telkens uiterlijk op respectievelijk 1 juni, 1 oktober en 1 februari verstrekt aan Onze Minister. B In artikel 12, eerste lid, wordt na de eerste volzin ingevoegd: In de jaarrekening worden tevens de middelen die feitelijk ter beschikking zijn gesteld aan de Politieacademie inzichtelijk gemaakt.

ARTIKEL IV

Het Besluit verdeling sterkte en middelen politie wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma een onderdeel ingevoegd, luidende: c. begroting:

de begroting, bedoeld in artikel 34 van de wet. B In artikel 5, eerste lid, vervalt:, bedoeld in artikel 34 van de wet,. C Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid vervalt «, bedoeld in artikel 34 van de wet,» en wordt na «verdeeld» toegevoegd:, waarbij wordt aangegeven welk deel daarvan ter beschikking wordt gesteld aan de Politieacademie. 2. In het tweede lid wordt na «de onderdelen van de politie» toegevoegd:, waarbij wordt aangegeven welk deel daarvan ter beschikking wordt gesteld aan de Politieacademie en aan de Politieonderwijsraad.

ARTIKEL V

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot Gegeven te Wassenaar, 12 oktober 2017 Willem-Alexander De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Uitgegeven de achtentwintigste november 2017 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

In de Wet van 25 mei 2016 tot wijziging van de Politiewet 2012 in verband met de inbedding van de Politieacademie in het nieuwe politiebestel (Stb. 2016, 203) (de Wet inbedding Politieacademie) is gekozen voor een nieuw model van inbedding van de Politieacademie, met behoud van de onafhankelijkheid van het onderwijs. Op 1 januari 2017 is nagenoeg al het personeel van het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, Politie onderwijs- en kenniscentrum (Politieacademie), met uitzondering van de leden van het oude college van bestuur, overgegaan naar de politie en aldaar in dienst getreden. De korpschef stelt (de door de Minister van Veiligheid en Justitie vastgestelde omvang van) de sterkte en middelen aan de Politieacademie feitelijk ter beschikking ten behoeve van haar taken en (de door de minister vastgestelde omvang van) de sterkte ter beschikking aan de politieonderwijsraad (POR) ten hoeve van zijn taken.

De Wet inbedding Politieacademie voorziet, in aanvulling op de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, in waarborgen zodat de Politieacademie ook zonder eigen personeel onafhankelijk is. De onafhankelijkheid is vereist voor het behoud van de civiele diplomaerkenning van de opleidingen voor hoger onderwijs. Deze waarborgen zijn het wettelijke aanbevelings- en instemmingsrecht van de directeur van de Politieacademie (in aanvulling op het in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen geregelde gezag van deze directeur over het personeel dat feitelijk ter beschikking wordt gesteld aan de Politieacademie) en de bij of krachtens algemene...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT