Uitspraak Nº 17/02317. Hoge Raad, 2018-01-05

Datum uitspraak: 5 januari 2018
 
GRATIS UITTREKSEL

5 januari 2018

Nr. 17/02317

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard te Valkenswaard (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 maart 2017, nr. 16/00079, op het hoger beroep van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant (nr. SHE 14/4384) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2014 opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Valkenswaard betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de middelen
2.1.

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

2.1.1.

Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q] (hierna: de onroerende zaak). Het betreft een vakantiepark met 40 comforthomes/chalets en 86 stacaravans (hierna tezamen: de recreatiewoningen) en een kampeerterrein. Daarnaast zijn er voorzieningen zoals een restaurant/eetcafé, een indoorspeeltuin, een kidsclub/recreatieruimte, een zwembad met was- en kleedruimte, sanitaire ruimtes, een kinderboerderij en spel- en sportvoorzieningen zoals een voetbalveld, een midgetgolfbaan, een skelterbaan en een trampoline, parkwegen en parkeerterreinen en een stuk bosgrond (hierna: de centrumvoorzieningen).

2.1.2.

Het vakantiepark is op grond van artikel 16, letter e, van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak aangemerkt.

2.1.3.

De heffingsambtenaar is er bij het opleggen van de aanslagen onroerendezaakbelastingen ervan uitgegaan dat de onroerende zaak niet in hoofdzaak tot woning dient en heeft aan belanghebbende als gebruiker en eigenaar aanslagen opgelegd.

2.1.4.

Voor het Hof was in geschil of de onroerende zaak in hoofdzaak tot woning dient, als bedoeld in artikel 220, aanhef en letter a, in samenhang met artikel 220a, lid 2, van de Gemeentewet.

2.2.1.

Het Hof heeft geoordeeld dat de tot de onroerende zaak behorende...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT