Uitspraak Nº 201410222/1/R6. Raad van State, 2016-04-20

Datum uitspraak:20 april 2016
Uitgevende instantie::Raad van State
 
GRATIS UITTREKSEL

201410222/1/R6.

Datum uitspraak: 20 april 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [appellant sub 2], wonend te [woonplaats],

3. [appellant sub 3], wonend te [woonplaats],

4. [appellant sub 4A] en [appellante sub 4B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 4]), beiden wonend te [woonplaats],

5. de stichting Stichting Oplossing N69 Bewonersoverleg Dommelen, gevestigd te Valkenswaard, en anderen (hierna: Oplossing N69 en anderen),

6. de stichting Stichting Brabantse Milieufederatie, gevestigd te Tilburg (hierna: de Brabantse Milieufederatie),

7. [appellante sub 7], wonend te [woonplaats],

8. [appellant sub 8A] en [appellant sub 8B], beiden wonend te [woonplaats],

9. [appellant sub 9], wonend te [woonplaats],

10. [appellant sub 10] en anderen, handelend onder de naam comité Monseigneur Smetsstraat, allen wonend te [woonplaats],

11. [appellant sub 11], wonend te [woonplaats],

12. de vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid Buurtvereniging Braambos, gevestigd te [plaats],

13. [appellant sub 13], wonend te [woonplaats],

14. [appellante sub 14], gevestigd te [plaats], en anderen (hierna: [appellante sub 14] en anderen),

15. [appellant sub 15] en anderen, allen wonend te [woonplaats],

en

provinciale staten van Noord-Brabant,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 31 oktober 2014 hebben provinciale staten het inpassingsplan "Nieuwe Verbinding Grenscorridor N69" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3], [appellant sub 4], Oplossing N69 en anderen, de Brabantse Milieufederatie, [appellante sub 7], [appellanten sub 8], [appellant sub 9], [appellant sub 10] en anderen, [appellant sub 11], Buurtvereniging Braambos, [appellant sub 13], [appellante sub 14] en anderen en [appellant sub 15] en anderen beroep ingesteld.

Provinciale staten hebben een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht. [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellant sub 3], [appellant sub 4], Oplossing N69 en anderen, [appellanten sub 8], [appellant sub 9], [appellant sub 10] en anderen, [appellant sub 13] en [appellant sub 15] en anderen hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

Oplossing N69 en anderen, de Brabantse Milieufederatie, [appellanten sub 8], [appellant sub 15] en anderen en provinciale staten hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak gevoegd met zaak nr. 201504613/1/R6 ter zitting behandeld op 16 en 17 november 2015, waar appellanten in persoon zijn verschenen en/of zich hebben doen vertegenwoordigen. Een aantal appellanten is niet verschenen en heeft zich evenmin doen vertegenwoordigen. Provinciale staten hebben zich doen vertegenwoordigen. Na de zitting zijn de zaken gesplitst.

Overwegingen

Bestuurlijke lus

1. Ingevolge artikel 8:51d van de Awb, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

Intrekking ter zitting

2. Ter zitting hebben Oplossing N69 en anderen het beroep ingetrokken, voor zover dit is ingesteld door [5 appellanten sub 5].

Daarnaast hebben Oplossing N69 en anderen, de Brabantse Milieufederatie en [appellant sub 3] ter zitting enkele beroepsgronden ingetrokken. Voor Oplossing N69 en anderen en de Brabantse Milieufederatie betreft het de beroepsgrond over de actualiteit van de onderzoeksgegevens over beschermde dier- en plantensoorten. Oplossing N69 en anderen hebben daarnaast de beroepsgrond over retourbemaling en het lozen van sterk ijzerhoudend bemalingswater ter plaatse van de halfverdiept aan te leggen kruising met de Broekhovenseweg ingetrokken. [appellant sub 3] heeft de beroepsgrond over de wijzigingsbevoegdheid die wijziging van de bestemming "Natuur" naar de bestemming "Verkeer" mogelijk maakt ingetrokken.

Het plan

3. Het plan maakt de aanleg mogelijk van een nieuwe wegverbinding tussen de bestaande N69 ten zuiden van Valkenswaard en de Locht te Veldhoven, de zogenoemde Nieuwe Verbinding. De weg wordt uitgevoerd als een gebiedsontsluitingsweg met één rijbaan en twee rijstroken en een maximumsnelheid van 80 km/uur. Het plan voorziet tevens in onder meer groenelementen die volgens provinciale staten nodig zijn voor een goede landschappelijke inpassing van de weg en in enkele gebieden voor de aanleg van natuur in de toekomst.

Beoogd is om de nieuwe verbindingsweg bij Veldhoven te laten aansluiten op de rijksweg A67. De verbinding tussen de Locht in Veldhoven en de A67, alsmede de aansluiting van de Nieuwe Verbinding op de A67 zijn voorzien in het bestemmingsplan "Kempenbaan-West" dat door de raad van de gemeente Veldhoven bij besluit van 17 maart 2015 is vastgesteld.

De Nieuwe Verbinding heeft tot doel de bestaande N69 tussen Eindhoven en de Belgische grens te ontlasten en daardoor de leefbaarheid en bereikbaarheid in de omgeving van de bestaande N69, de zogenoemde Grenscorridor, te verbeteren. Dit betreft met name de kernen Aalst en Valkenswaard.

Toetsingskader

4. Bij de vaststelling van een inpassingsplan hebben provinciale staten beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die zij uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig achten. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat provinciale staten zich niet in redelijkheid op het standpunt hebben kunnen stellen dat het inpassingsplan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Leeswijzer

5. De Afdeling zal aan de hand van de beroepsgronden achtereenvolgens de volgende onderwerpen behandelen. Allereerst zal op de ontvankelijkheid van verschillende appellanten worden ingegaan (overwegingen 6 en 7), waarna vervolgens de betogen van formele aard (overwegingen 8 tot en met 10) en de betogen over de begrenzing van het plangebied aan de orde worden gesteld (overweging 11). De Afdeling zal vervolgens ingaan op nut en noodzaak van het plan (overwegingen 12 en 13), de ligging alsmede de alternatieven voor het tracé van de Nieuwe Verbinding (overwegingen 14 tot en met 24) en op de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (overwegingen 25 tot en met 44), de Ecologische Hoofdstructuur (overwegingen 45 tot en met 59) en beschermde diersoorten (overwegingen 60 tot en met 65). Achtereenvolgens zal de Afdeling daarna ingaan op de verkeerssituatie op de A67 (overweging 66), het woon- en leefklimaat van omwonenden (overwegingen 67 tot en met 69), de landschappelijke inpassing van de Nieuwe Verbinding (overweging 70), de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding (overwegingen 71 tot en met 73) en de externe veiligheid (overwegingen 74 en 75) alsmede de samenhang tussen het plan en de zogenoemde nulplusmaatregelen (overwegingen 76 en 77). Tevens zullen de gevolgen van het plan voor nabij het plangebied gevestigde agrarische bedrijven worden besproken (overwegingen 78 tot en met 86), waarna tot slot de overige individuele beroepsgronden aan bod komen (overwegingen 87 tot en met 97).

Ontvankelijkheid

Wettelijk kader

6. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Awb wordt het ontwerpplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij provinciale staten.

Ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van de Awb, kan geen beroep worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een inpassingsplan door een belanghebbende die over het ontwerpplan niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten.

Beroep van [appellant sub 10] en anderen

7. Van de appellanten die het beroepschrift van [appellant sub 10] en anderen hebben ondertekend, hebben [3 appellanten sub 10] geen zienswijze over het ontwerpplan naar voren gebracht. Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan hen dat redelijkerwijs niet kan worden verweten.

Het beroep van [appellant sub 10] en anderen, voor zover ingesteld door [3 appellanten sub 10], is niet-ontvankelijk.

7.1. In de navolgende overwegingen wordt met [appellant sub 10] en anderen bedoeld [7 appellanten sub 10].

Formele bezwaren

8. [appellant sub 15] en anderen en Buurtvereniging Braambos betogen dat het plan onjuist is omschreven in de kennisgeving van de vaststelling van plan. Volgens hen wordt in de kennisgeving ten onrechte de suggestie gewekt dat het plan ook voorziet in een aansluiting van de Nieuwe Verbinding op de A67.

8.1. Een eventuele onjuiste kennisgeving van het bestreden besluit betreft een onregelmatigheid van na de datum van het bestreden besluit. Deze mogelijke onregelmatigheid kan reeds om die reden de rechtmatigheid van het besluit niet aantasten en kan geen grond vormen voor de vernietiging van het bestreden besluit.

9. [appellant sub 15] en anderen betogen dat zij niet tijdig zijn geïnformeerd over de beantwoording van hun zienswijzen. Volgens hen hadden zij voorafgaand aan de op 26 september 2014 gehouden informatiebijeenkomst over het plan moeten worden geïnformeerd over de beantwoording van hun zienswijzen. Hiertoe bestond volgens hen de mogelijkheid, nu het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant kort na de gehouden informatiebijeenkomst op 3 oktober 2014 heeft medegedeeld dat de concept-nota van zienswijzen is...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT