Wet van 4 november 2020 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en van de Arbeidstijdenwet (Verzamelwet IenW 2019)

Wet van 4 november 2020 tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en van de Arbeidstijdenwet (Verzamelwet IenW 2019)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is in de Algemene wet bestuursrecht, de Arbeidstijdenwet, de Binnenvaartwet, de Drinkwaterwet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wegenverkeerswet 1994, de Wet luchtvaart, de Wet milieubeheer, de Wet overleg infrastructuur en milieu, de Wet personenvervoer 2000, de Wet scheepsuitrusting 2016, en de Wet wegvervoer goederen wijzigingen, bijstellingen en technische verbeteringen aan te brengen; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL aI

De Aanvullingswet geluid Omgevingswet wordt als volgt gewijzigd:1. Aan artikel 3.3 worden twee leden toegevoegd, luidende: 3. In afwijking van het eerste lid blijft artikel 11.61 van de Wet milieubeheer van toepassing, voor zover het gaat om de bevoegdheid van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat om de termijn te wijzigen waarbinnen de saneringsmaatregelen uit het saneringsplan moeten zijn getroffen, totdat deze maatregelen zijn getroffen. 4. In afwijking van het eerste lid blijft artikel 11.64, vierde lid, van de Wet milieubeheer van toepassing, totdat de in dat artikel bedoelde maatregelen zijn getroffen. 2. In artikel 3.6, eerste lid, onder a, wordt «artikel 2.12, derde lid» vervangen door: «artikel 2.12a, eerste lid».

ARTIKEL I

De Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:AIn bijlage 1 komt de zinsnede met betrekking tot de Wet luchtvaart te luiden:

Wet luchtvaart: de artikelen 8.25ea, vierde lid, 8.25f, tweede, vierde en vijfde lid, 8.40f, vierde lid, en 8.40g, tweede, vierde en vijfde lid BArtikel 2 van Bijlage 2 wordt als volgt gewijzigd:1. De zinsnede met betrekking tot de Spoedwet wegverbreding komt te luiden:

Spoedwet wegverbreding:a. een plan als bedoeld in artikel 6, vijfde lid b. de artikelen 7, eerste lid, 9, eerste lid, en 15, tweede lid, onder c 2. De zinsnede met betrekking tot de Tracéwet komt te luiden:

Tracéwet: de artikelen 9, eerste lid, 20, tweede lid, en 21, tweede lid, onder cCIn artikel 4 van bijlage 2 komt de zinsnede met betrekking tot de Wet luchtvaart te luiden:

Wet luchtvaart: de artikelen 8.25ea, vierde lid, 8.25f, tweede, vierde en vijfde lid, 8.25g, eerste lid, 8.40f, vierde lid, en 8.40g, tweede, vierde en vijfde lid

ARTIKEL II

De Arbeidstijdenwet wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 1:6, onderdeel d, komt te luiden:d. het uit en door het personeel gekozen deel van de medezeggenschapsraad, deelraad, dienstraad, universiteitsraad of faculteitsraad als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;. BIn de artikelen 4:3, vijfde lid, 5:12, derde lid, 7:2, derde lid, 7:3, 7:6, eerste en tweede lid, 7:7, eerste en derde lid, 8:1, derde lid, 8:5, tweede lid, 8:6, derde en vierde lid, 9:2, tweede lid, 10:5, tweede lid, 10:7, zesde lid, en 12:2, tweede lid, wordt «Onze Minister van Infrastructuur en Milieu» vervangen door «Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat». CArtikel 5:15 komt te luiden:

Artikel 5

15 Samenloop van arbeid.

  1. Indien een werknemer tijdens een dienst arbeid verricht waarop meerdere regels van toepassing zijn die voortvloeien uit deze wet of de daarop berustende bepalingen, geldt tijdens die dienst elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid. 2. Indien een werknemer tijdens een dienst arbeid verricht waarop meerdere regels van toepassing zijn en een van die regels van toepassing is op ten minste driekwart van de arbeidstijd, met een minimum van 1 uur, geldt in afwijking van het eerste lid, gedurende de gehele dienst uitsluitend die regel. 3. Indien een werknemer tijdens een dienst, die ten minste 1 uur duurt, arbeid verricht waarop meerdere regels van toepassing zijn en het tweede lid niet van toepassing is, geldt, indien het een: a. jeugdige werknemer betreft, dat hij tijdens die dienst ten hoogste 9 uren arbeid verricht en hij na die dienst een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren; b. werknemer van 18 jaar of ouder betreft, dat hij tijdens die dienst ten hoogste 12 uren arbeid verricht en hij na die dienst een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren, welke rusttijd eenmaal in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren mag worden ingekort tot ten minste 8 uren, indien de aard van de arbeid of de bedrijfsomstandigheden dit met zich brengen. 4. Indien een werknemer arbeid verricht in een dienst waarop een regel als bedoeld in het eerste lid van toepassing is en deze dienst wordt gevolgd door een andere dienst waarop een andere regel als bedoeld in het eerste lid van toepassing is, geldt, indien het een: a. jeugdige werknemer betreft, dat hij tussen deze diensten een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren; b. werknemer van 18 jaar of ouder betreft, dat hij tussen deze diensten een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 11 uren, welke rusttijd eenmaal in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren mag worden ingekort tot ten minste 8 uren, indien de aard van de arbeid of de bedrijfsomstandigheden dit met zich brengen. 5. Indien een werknemer tijdens een dienst arbeid verricht waarop meerdere regels van toepassing zijn die voortvloeien uit artikel 5:12, tweede lid, onder a, voor zover het betreft motorrijtuigen, geldt dat hij: a. tijdens die dienst ten hoogste 12 uren arbeid verricht; b. binnen 24 uren na aanvang van deze dienst een onafgebroken rusttijd van ten minste 11 uren heeft; en c. in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd van ten minste 45 uren heeft, waarbij deze periode aanvangt op het eerste tijdstip van de dag waarop dit lid van toepassing is. 6. De werknemer die bij meer dan één werkgever arbeid verricht, verstrekt aan ieder van die werkgevers uit eigen beweging tijdig de voor de naleving van deze wet en de daarop berustende bepalingen nodige inlichtingen betreffende zijn arbeid. 7. Iedere werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer geen arbeid verricht in strijd met dit artikel. DArtikel 8:2 wordt als volgt gewijzigd:1. Het opschrift komt te luiden:

    Bevel tot staken of niet aanvangen van de arbeid

  2. Het eerste lid komt te luiden: 1. Een toezichthouder kan bevelen, dat, indien artikel 3:2, eerste lid, naar zijn oordeel in ernstige mate wordt overtreden of dreigt te worden overtreden, een kind de arbeid staakt of niet aanvangt. 3. In het tweede lid wordt «arbeid wordt verricht» vervangen door «arbeid wordt verricht of dreigt te worden verricht» en wordt «die arbeid staakt» vervangen door «die arbeid staakt of niet aanvangt». EIn artikel 8:8, eerste lid, wordt «Onze Minister van Infrastructuur en Milieu» vervangen door «Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat». FHet opschrift van artikel 9.1 komt te luiden:

    § 9.1 Dienst Wegverkeer

    GNa artikel 9.2 wordt een paragraaf toegevoegd, luidende:

    § 9.2 Exameninstantie...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT